Werkspoor Koren Opera

Werkspoor Koren Opera met publiek

Zaterdag 20 juni 2015 ging de Werkspoor Koren Opera in première in de voormalige Machinehal van het Utrechtse bedrijf Werkspoor. Hieronder de achtergrond en aanleiding van dit bijzondere project.

 
Dichter Ruben van Gogh heeft een fascinatie voor de vaak vervallen industriegebouwen die Utrecht rijk is: aan de Leidseweg, rond Rotsoord, nabij het Oog in Al Park en natuurlijk in het Werkspoorgebied. Toen hij zich realiseerde dat er maar weinig Utrechters in leven zijn die zelf nog in deze gebouwen hebben gewerkt, bedacht hij dat dit Utrechts industrieel erfgoed onderwerp van een opera zou worden. Vanwege de symboliek van treinen, sporen en bruggen koos hij voor het Werkspoor als ‘personage’. Om de Utrechters zelf dit erfgoed vocaal uit te laten dragen, bedacht hij het concept van een korenopera.
Tot in de jaren ’70 van de vorige eeuw was Werkspoor het industrieel hart van Utrecht. Zuilen, eerst als zelfstandige gemeente en daarna als onderdeel van stad Utrecht, werd zelfs volledig op de schop genomen om de fabrieksarbeiders ervan te kunnen huisvesten. De bulderende fabrieken van Werkspoor betekenden de opmaat tot een 24uurs economie in Utrecht en trokken menig buitenlands werknemer naar de stad. Daarmee is het Werkspoorkwartier symbool geworden voor het tijdperk van de globalisering. Werkspoor sloot zijn poorten in de late jaren ’70. De jonge arbeiders van toen zijn de oude mannen van nu geworden. De herinneringen vervagen of gaan mee in het graf. Utrecht lijkt haar jonge, industriële geschiedenis bijna vergeten te zijn.
De industriële erfenis van Utrecht roept niet alleen nostalgie op. Een gebied als dat rondom het voormalige Werkspoorterrein schreeuwt ook om een nieuwe toekomst. Hoe kan dit erfgoed weer opnieuw worden ontwikkeld terwijl haar identiteit voelbaar blijft? De kenmerkende signatuur van plekken als deze is méér dan alleen een vergane herinnering. De herontwikkeling van de voormalige machinehal van Werkspoor tot de Werkspoorkathedraal waar werken, leren en ontspannen een plek krijgen is een fraai voorbeeld van de nieuwe toekomst die industrieel erfgoed kan krijgen. De Werkspoor Koren Opera leunt sterk op het werk dat Expodium, een urban do tank, verricht voor de transformatie van het Werkspoorkwartier.

De Werkspoor Koren Opera heeft als doel verleden, identiteit en toekomst van het Werkspoorgebied met elkaar te verbinden. De opera is een klinkende expositie van zes splinternieuwe koorstukken over het fameuze Werkspoor NV: een rangschikking van gezongen tekst, muziek, mensen en ruimte met als thema het dagelijkse leven in en om Werkspoor. De opera wordt uitgevoerd in ‘tableaus chantants’, zes tekstueel-muzikale beelden die zicht bieden op het verleden van Werkspoor.
In de Werkspoor Koren Opera fungeren zes prominente Utrechtse koren als collectieve personages, die elk staan voor een eigen aspect van de geschiedenis van het Werkspoor. De zes koren verschillen onderling sterk in karakter: De Hollandse Noot met haar tomeloze enthousiasme en nostalgische klank; Popkoor Zuilen met een opwindend gevoel voor ritme; BonTon met haar op klassieke leest geschoeide benadering; Het Popkoor van het UCK met een scherp oor voor klankraffinement binnen een pop-achtige sfeer; De Stem des Volks en haar muzikale strijdbaarheid; De Steegzangers met massieve, meeslepende klankblokken.
Componist Bob Zimmerman schreef de muziek op deze uiteenlopende collectieve koorpersonages. De zes koren geven op hun eigen unieke wijze gestalte aan de zes uiteenlopende tekstuele thema’s en muzikale stijlen. De zes koorstukken worden vocaal verbonden door een mannenkwartet afkomstig uit het Nederlands Kamerkoor, met commentariërende teksten, ook weer met een eigen, zeer kenmerkende muzikale stijl.
De tekst van Ruben van Gogh beschrijft de ontwikkeling van Werkspoor Utrecht vanaf het prille begin tot het rumoerige einde, van de komst van talloze Amsterdamse werklui naar Zuilen tot de stakingen in de jaren ’70, de sterke onderlinge verbondenheid van de mensen van Werkspoor, hun ‘vaktrots’, het plezier waarmee er werd samengewerkt én de strijdlust die los kwam toen het bedrijf in zwaar weer belandde. De geschiedenis die zo’n grote stempel op Utrecht en vooral op Zuilen heeft gedrukt wordt opnieuw voelbaar in de Werkspoor Koren Opera. ‘Op kleine schaal wordt elk verhaal hier levensgroot’ horen we in Met de blauwe engel. Tegelijkertijd krijgt de historische identiteit van het Werkspoorgebied een duurzame toekomst: doordat de zes koren de liederen op hun repertoire zullen blijven houden zal de muziek nog jaren door de stad blijven galmen.

Hans Abrahamsen – Schnee (2008)

Hans Abrahamsen, geboren in 1952, studeerde muziekgeschiedenis, muziektheorie en hoorn aan het conservatorium van Kopenhagen. Daarnaast had hij privéles in compositie van Per Nørgård en Pelle Gudmundsen-Holmgreen, twee van de grondleggers van een stroming die wel ‘nieuwe eenvoud’ (‘nye enkelhed’) wordt genoemd en die zich ontwikkelde in de jaren ’60 en ’70 uit het gedachtegoed van het minimalisme. Het minimalisme kwam overgewaaid uit de Verenigde Staten met de muziek van componisten als LaMonte Young, Steve Reich en Phillip Glass. Zij waren geïnspireerd door ideeën uit met name de beeldende kunst en transformeerden deze in éénduidige, uiterst economisch gecomponeerde muziek waarin herhaling, een gebrek aan ontwikkeling en een doorgaande ritmische puls de hoofdmoot vormen. Hoewel de componisten die zich op deze ‘nieuwe eenvoud’ beriepen uit reactie op de complexiteit van de seriële muziek die in de jaren ’50 nadrukkelijk werd gepromoot, deelt ze ook een overeenkomst daarmee. Beide stijlen beogen een zeker ‘objectivisme’ in de keuze en bewerking van muzikaal materiaal. Maar waar de serialisten uit Duitsland en Italië vertrouwden op de expressieve kracht van complexe en hoekige structuren, zocht deze nieuwe generatie haar heil in eenvoud en beperkingen.

Abrahamsen schreef aanvankelijk werk waarin eenvoudige contrasten tussen muzikaal materiaal werden uitgebuit. In stukken als Skum (1970) of Tien preludes voor strijkkwartet (1973) horen we deze contrasten tussen massieve ‘klankblokken’, vaak opgebouwd uit cellen van drie noten. Later in zijn carrière ontwikkelt Abrahamsen een meer complexe, dramatische stijl, te horen in onder meer zijn Tweede Strijkkwartet en Trompeten (1981), waarschijnlijk zijn meest populaire werk. Abrahamsens werk is doorgaans bondig en wordt gekenmerkt door lichte, verfijnd georkestreerde texturen, een gebrek aan scherpe dissonanten en de inzet van compositietechnieken als collage en pastiche. Door het volledige oeuvre van Abrahamsens heen is zijn aandacht voor transparantie in de instrumentatie de meest constante factor: niet voor niets doceert hij orkestratie aan het conservatorium waar hij zelf ooit werd opgeleid. In 1990 richtte Hans Abrahamsen met Søren Hansen het Århus Sinfonietta op, een ensemble dat sindsdien één van de belangrijkste uitvoerders en pleitbezorgers is van nieuwe muziek in Denemarken. Daarnaast is Abrahamsen ook actief als arrangeur van werk van Satie, Ravel en landgenoot Nielsen en werkte hij lang samen met Oliver Knussen, wiens werk u vóór de pauze hoorde.

Schnee is geschreven in opdracht van het Ensemble Reserche, een ensemble van negen musici gebaseerd in Freiburg. Het stuk ging in première op de Wittener Tage für Neue Kammermusik. Schnee is wat betreft lengte een uitzondering binnen het oeuvre van Abrahamsen dat gedomineerd wordt door korte vormen. Zijn Pianoconcert uit 2000 bijvoorbeeld duurt slechts een kwartier terwijl Schnee bijna een uur duurt. Abrahamsens muzikale taal is extreem gecomprimeerd en in die zin verwant met die van Anton Webern, hét voorbeeld voor de serialisten. Ook Webern schreef in uiterst korte vormen en mag met recht de koning van het muzikale aforisme genoemd worden. Schnee omvat evenwel een grote structuur die is opgebouwd uit 13 delen: 5 canons die elk zijn opgedeeld in een A en B-deel en onderbroken worden door 3 intermezzi. De negen musici zijn opgesteld in twee groepen van vier met de slagwerker daartussen. In de drie intermezzi horen we de musici hun instrumenten stemmen om microtonale tonen te realiseren.

De klanken die Schnee bevolken zijn uiterst karakteristiek: hoewel elk van de tien canons een opmerkelijk eigen karakter bezitten, associeert elk van de delen een klankmatige representatie van sneeuw. Het knarsende geluid wanneer je eroverheen loopt, de kristallachtige structuur van ijs, de volstrekt galmloze klank van de buitenwereld wanneer een pak sneeuw de grond bedekt. De enigmatische klanken die Schnee zo overdadig bevolken zijn geïnspireerd op de schilderijen vol grijstinten van kunstenaar Gerhard Richter. Zoals in Richters schilderijen het afgebeelde object maar nauwelijks zichtbaar is en slechts de suggestie van een afbeelding oproept, zo horen we in Schnee nog slechts de contouren van wat de muzikale conceptie geweest moet zijn. Een voorbeeld hiervan is het steeds terugkerende openingsmotief van de viool in de eerste canon waarbij Abrahamsen een ultrahoge boventoon voorschrijft en daarbij het speelvoorschrift ‘eisig’ geeft. De noot die klinkt lijkt nauwelijks meer te zijn dan bewegende lucht, zo ijl en zo breekbaar. Deze techniek heeft een plek in de partijen van alle strijkers en krijgt een echo in het wrijven met papier door de percussionist in Canon 1b. Klankmatig doet Schnee denken aan de bijzondere, verfijnde en eveneens enigmatische timbres die de Amerikaan Morton Feldman in zijn werk oproept, bijvoorbeeld in zijn stukken voor cello en piano.

De muzikale structuur vindt haar voorbeeld in de staalkaart van canonische principes die de Goldberg Variaties van Johann Sebastiaan Bach bevolken. De ‘objectivering’ die Abrahamsen en zijn geestverwanten voorstaan is in dit opzicht van belang: juist door de keuze van oude, traditionele compositietechnieken als de canon verkrijgt de muziek een vaste, objectieve waarde. Elke canon in Schnee is in drie delen gegoten waaruit een ABA structuur resulteert. Elk canon is geïnstrumenteerd voor een andere sectie uit het ensemble zodat het klankenpalet sterk varieert. Slechts enkele canons worden door het gehele ensemble gespeeld. Canon 4 is een homage aan Wolfgang Amadeus Mozart (WAM) en meer in het bijzonder diens Deutsche Tänze KV 605. Deze canons zijn bovenmatig hectisch geïnstrumenteerd en bevatten in vergelijking met de anderen veel meer muzikale informatie. In een ander tijdperk en in een andere gedaante had Canon 4 door kunnen gaan als het Scherzo van dit werk.

Opmerkelijk tot slot is dat Schnee oorspronkelijk bedoeld is om zonder dirigent uit te voeren. Al snel in haar nog korte uitvoeringsgeschiedenis bleek dat onhaalbaar om tot een uitvoering van dit stuk te komen die recht doet aan de bijzondere structuur en ongekend verfijnde klankrijkdom van dit stuk.


Geerts Twitter

Deze site