Anna Nicole (Smith)

Anna Nicole in het Royal Opera House
Vorige week had ik de eer om in het Royal Opera House in London een voorstelling van de spraakmakende, splinternieuwe opera Anna Nicole mee te maken. Ik zeg meemaken want dat was het: veel meer dan een voorstelling bezoeken was het een evenement waar je ‘bij geweest moet zijn’. Althans, in sommige kringen in Londen en Engeland. De voorstelling was al lang van te voren volledig uitverkocht en elke dag sierden lange rijen mensen het operagebouw om een plaatsje op de wachtlijst te bemachtigen. Eén van de tien die er elke avond af te halen waren…
Kortom: het is een heel ding, die Anna Nicole. Waarom? Alleen al de heldin van het verhaal is goed voor een volle zaal. Het gaat om Anna Nicole Smith, een omhooggevallen nobody, poor white trash zogezegd, maar gezegend met een uiterlijk dat menigeen het hart op hol doet slaan. Zij slaat een stokoude millionair aan de haak, trouwt hem, wordt een celebrity en nadat hij in no time het loodje legt gaat ze er uiteraard met de poen vandoor. En dan volgt de keerzijde. Anna Nicole’s zoon Daniel sterft in 2006 en zijzelf een jaar later, beide als gevolg van overdoses anti-depressiva en –in het geval van Daniel- methadon. Een fraaier, smeuïger, eigentijdser operathema is nauwelijks denkbaar.
‘Either you love it or you hate it’, werd mij van te voren verteld. Dat bleek te kloppen: alle mensen die ik sprak, betrokken posities in ofwel het ene, dan wel in het andere kamp. Vastbesloten om zich daar met hand en tand te verdedigen tegen het andere kamp. Dat is altijd mooi, vind ik. Ophef en controverse dienen de vooruitgang. Althans in de cultuur. Een zangeres uit Portugal vond het geweldig. Een dame uit Polen, ietwat ouder, keek uiterst misprijzend bij het noemen van Anne Nicole en vertrouwde mij toe dat iets dergelijks op West End thuishoorde, maar dan toch in elk geval niet in de Royal Opera House.

Waar gaat zulke ophef over? En waarom graven mensen zich dan in in hun eigen onmiskenbare gelijk?

Het gegeven waarop deze opera haar plot baseert, is weliswaar dramatisch, persoonlijk en eigentijds (ergo: een uitmuntend thema voor een opera), maar betreft ook het leven van een niemendal. Een bimbo wier grootste prestatie eruit bestond voor de Playboy te mogen poseren, die volstrekt oninteressante dingen doet en louter domme dingen zegt en daar zelf nog het hardst om lacht. Dat is inderdaad wat anders dan Orpheus die zich in de onderwereld begeeft om zijn geliefde Euridice uit de klauwen van de goden te redden. Maar het is dan toch weer niet zo anders dan La Bohème, wier heldin Mimi ik nou toch ook niet op zo’n interessante persoonlijkheid heb kunnen betrappen. Maar toch: Mimi verkeert weliswaar in belabberde sociale omstandigheden en armoe, maar weet zich wel mooi omringd door bohemien types met een artistieke inslag. Anna Nicole is louter plat. De hoofdpersoon, de plot, de bijrollen, de moraal. Alles mist een derde dimensie.
En dan komen we bij het libretto. De sexual explicits van librettist Richard Thomas zijn niet van de lucht. In het rode pluche van de Royal Opera House worden we getracteerd op de ene scherpe zinsnede na de andere, waarin de woorden fuck, cunt en whore, alsmede het nodige Amerikaanse slang eerder regel dan uitzondering zijn. Zulke teksten in een ‘koninklijke’ setting is uiteraard niet alledaags en zullen in het meer conservatieve deel van Engeland wellicht ook wat wenkbrauwen hebben doen fronsen. Hoe dan ook, bevestigen ze -in al hun Engelse eloquentie overigens!- nogmaals het gebrek aan een derde dimensie in het leven van de ‘heldin’ van deze opera. De regie bestaat uit krachtige, weinig gelaagde beelden waaruit een zekere voorliefde voor zuurstokkleuren spreekt. Roze overheerst. De speelvloer aan het begin van de voorstelling is een beweeglijke massa mensen en gedurende de voorstelling dunt het uit. Steeds minder mensen zijn betrokken bij het wel en wee van de hoofdpersoon. Tot uiteindelijk de protagoniste nog alleen is en op dramatische wijze het leven laat. Het blanke welgestelde publiek staakt haar eindelijk haar golvende lach die de zaal een uur lang vulde.
De muziek tot slot, is onmiskenbaar operatesk: dramatisch waar nodig, illustratief, de plot ondersteunend dan wel tegensprekend en veelzijdig. Turnage zou je een postmodernist met veel smaak mogen noemen. Flarden Jazz sieren de muzikale dramaturgie,wat braafjes, maar toch. Zowaar tovert Mark Anthony Turnage nog een bühne-orchester tevoorschijn waarin we Led Zeppelin bassist John Paul Jones en drummer Peter Erskine erkennen. In een onmiskenbaar eigentijds idioom levert Turnage uiterst zingbare melodieën aan hoofdrolspeelster Eva-Maria Westbroek en de andere karakters in de sterrencast. Maar om te zeggen dat de muziek aanleiding geeft tot controverse? Nou, nee.

Het ligt niet aan de opera Anna Nicole dat zij ‘controversieel’ is. Of zo wordt genoemd.
Nee, het is wat anders. Deze opera mág wel, maar moet dan een musical heten, en op West End gespeeld worden. En niet –for gods sake- in the Royal Opera House. Te plat, te witty, te eigentijds voor de grote heilige operatraditie waar de Royal Opera House voor staat. Dat lijkt de teneur in het Nee-kamp. Maar is dat wel zo? Ik geloof er geen barst van. Wat ik zag was een volbloed opera buffo die zich op de veel fronten kan meten met de ‘grote’ repertoire stukken. Libretto, muziek en regie zijn scherp, doortastend en bezitten een voor zo’n omvangrijk werk sterke eenheid.
Het probleem zit m in de platheid van het thema, en niet in de platheid van het stuk. Het thema –poor white trash die ten onder gaat aan de haar aangereikte American Dream terwijl de amusementsindustrie haar gulzige camera’s laat snorren- raakt op geen enkele manier aan de verhevenheid van de thema’s die doorgaans de opera bevolken. Niet omdat het verhaal an sich te plat is, maar omdat het op geen enkele wijze verbonden is met een herkenbare, meer verheven ideologie. En –en dan komt de handtekening van de makers ter sprake- het stuk doet ook geen enkele poging dat te bewerkstelligen. De platheid van het domme blondje Anna Nicole krijgt geen tegenwicht, geen verklaring, geen genade. Anna Nicole is wie zij is en meer is er niet van gemaakt. Ook haar familie, vrienden en mannen zijn niet op een diepzinnige gedachte te betrappen. Leeg is het en leeg blijft het. Een heldin van lik me vestje met een vriendenkring van niks. Rustend op een enorme berg geld waar ze geen enkele moeite voor hebben hoeven doen om het te vergaren.
Het is deze gedachte die de meer traditionele operawereld verontrust en Anna Nicole subiet doorverwijst naar West End. Dáár vinden we de verhalen over de celebrities, de helden, de idolen en de goden van deze tijd. In een passend, verstaanbaar idioom. In het operahuis mogen we louter kijken naar hun 19e eeuwse evenknieën of recente commentaren erop. Anna Nicole is als opera sterk verbonden met de wereld om ons heen, zij spreekt haar taal en hanteert haar stijl. Het operapubliek wil zich koesteren in haar besloten godenwereld die nog bijna louter naar zichzelf verwijst, maar toch zeker niet naar de verderfelijke, platte wereld om haar heen. Opera moet de plek zijn waar het menselijke leven aan het goddelijke raakt, maar die goden moeten wel herkenbaar zijn als zodanig. En als het nieuwe goden betreft, is het essentieel dat deze verbonden zijn met de goden van weleer. De poging die Anna Nicole doet om het operahuis open te zetten voor de wereld om ons heen, wordt niet in dank afgenomen door de bevolking van dat operahuis. Die blijven liever binnen.

Advertenties

0 Responses to “Anna Nicole (Smith)”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




Geerts Twitter

Deze site


%d bloggers liken dit: