De aantrekkingskracht van een nieuw vocubalaire: het subsidie-infuus en andere sprookjes

De afgelopen dagen raakte ik verwikkeld in een discussie op twitter over subsidie. U weet wel, die verderfelijke geldstroom naar vooral linkse hobbyisten, lamlendige kunstenaars en irrelevante organisaties waar de hardrijdende Nederlander zo veel last van heeft. Aanleiding was deze triomfantelijke tweet van Utrechts VVD-gemeenteraadslid Jesper Rijpma:

Interessant werkbezoek gebracht aan #kasteeldehaar, goed voor 250000 bezoekers per jaar (zonder subsidie). Aanrader!

Ik reageerde hierop -overigens net als enkele anderen- met een tweet waarin ik Jelle Rijpma van jokken beschuldig. Dat vond Jesper Rijpma niet leuk, zo bleek als snel. Op de site van Kasteel de Haar, het in de rook van Utrecht gelegen modelkasteel waar het aangenaam toeven is en waar geregeld publieksevenementen plaatsvinden, is de volgende tekst te vinden:

De stichting ontvangt geen structurele subsidie, de exploïtatie moet volledig gedekt worden door de inkomsten uit onze activiteiten. Wel heeft de stichting subsidie gekregen van het Rijk voor de restauratie van het kasteel (70% subsidie en 30% eigen middelen) en voor het onderhoud van kasteel en park (60% subsidie voor een gedeelte van het onderhoud). Daarnaast subsidiëren de Gemeente Utrecht en Provincie Utrecht het jaarlijkse Zomerfestival.

De opmerking van Jesper Rijpma was dus inderdaad bezijden de waarheid. Dat gaf hij in uiterst bedekte termen uiteindelijk wel toe, maar niet zonder mij enkele sneren te geven die we inmiddels zo goed hebben leren kennen in ons onbezorgde VVD-land. Hij verweet mij ‘ongenuanceerd’ te zijn. En zelf was hij slechts schuldig aan het ‘niet typen van een woord’ dat hem van mij op zoveel ‘negativiteit’ had komen te staan. Het woord ‘niet’ verdraait de betekenis van een stelling 180 graden, je hoeft geen taalkundige te zijn om dat in te zien. Maar goed, Jesper Rijpma had verzuimd het woord ‘exploïtatie’ aan zijn tweet toe te voegen. Dus was ík ongenuanceerd.

Afijn, we kunnen wat hebben tegenwoordig in ons maatschappelijk discours, dus over tot de orde van de dag. Dacht ik. Gisteravond verscheen er echter een tweet van Anetta de Jong van Kasteel de Haar, die mij vertelde dat Jesper Rijpma gelijk had:

#kasteeldehaar krijgt geen subsidie voor de openstelling. Wel voor de restauratie destijds

Daarmee bevestigt Anetta de Jong wat op de site van het kasteel staat. Ik had ook niet anders beweerd. Waarom zou ik ook. Ik heb niets tegen subsidie maar wel tegen politici die met een korte bocht langs de waarheid vliegen om daar ronkend hun punt mee te maken. Toen ik daarop Anetta de Jong tweette dat dat niet was wat Jesper Rijpma had gesteld, maar dat hij beweerde dat Kasteel de Haar zonder subsidie 250.000 bezoekers trekt, kreeg ik dit antwoord:

dat klopt ook. Onze subsidie is verleden tijd; en is aan het gebouw besteed; niet aan de openstelling

Ik moest even slikken en de feiten op een rijtje zetten. Die feiten zijn (maar een mens is nergens zeker meer van tegenwoordig):

Kasteel de Haar kreeg subsidie voor de renovatie van haar gebouw dat inmiddels jaarlijks 250.000 bezoekers trekt.

Als dit niet de juiste weergave van de feiten is, houd ik me warm aanbevolen voor de correcte formulering. Dit maakt de opmerking van Jesper Rijpma nog steeds niet waar. Het geld is besteed aan een gebouw dat nu -en dat is zonder meer prachtig, begrijp mij goed!- zonder structurele exploïtatie-subsidie kan draaien en daarmee zoveel mensen binnenhaalt.

Feit is dat zowel Jesper Rijpma als Anetta de Jong erkennen dat er rijksgelden (veel zelfs) zijn aangewend om Kasteel de Haar te renoveren, maar niet dat dat rendeert in de grote publieksstroom naar het kasteel. Met andere woorden: zij vinden dat het geld dat in dat gebouw is gestopt, er niet voor een deel de reden van is dat die 250.000 mensen daarheen (willen) komen. De redenering omdraaiend: zonder dat geld -SUBSIDIE- waren die mensen ook wel gekomen. Dat lijkt mij, op z’n zachtst gezegd, een uiterst vreemde voorstelling van zaken. En, ironisch genoeg, het beste argument tégen subsidies om gebouwen als Kasteel de Haar te renoveren. Als het publiek onverschillig is voor de staat waarin dat kasteel verkeert, waarom zou je het dan renoveren? Laat staan dat die renovatie dan met overheidsgeld ondersteund zou moeten worden. Wederom, ik laat me graag overtuigen wanneer ik het mis heb.

De gevoeligheid van Jesper Rijpma (en wellicht ook die van Anetta de Jong) zowel als die van mijzelf ligt uiteraard ergens anders. Ik reageer op de zoveelste VVD-politicus die het mantra van Geert Wilders -onze nationale vleesgeworden geperoxideerde rancune- omtrent subsidie en kunst verlekkerd binnenhaalt om zo een hele sector en de mensen die erin werkzaam zijn weg te kunnen zetten als luie handophouders met nul rendement voor de maatschappij. Jesper Rijpma op zijn beurt vindt het niet leuk om voor jokkebrok te worden uitgemaakt, zeker niet na zo’n lekker positieve tweet over hoe het -met het juiste gevoel voor ondernemerschap- óók kan. Zou ik ook niet leuk vinden, hoor, laat dat duidelijk zijn.
De onduidelijkheid en het venijn in deze discussie wordt veroorzaakt door het taalgif dat Geert Wilders cs hebben geïnjecteerd in het maatschappelijk discours. Met vernietigend resultaat. In de afgelopen twee jaar heeft Wilders -en in zijn kielzog een aantal VVD-politici- elk begrip dat hem niet bevalt gepolitiseerd om zonder gene in humoristisch bedoelde retoriek aan te wenden. Dat dat doorgaans geheel fact-free geschied, vergroot de pret bij sommige van zijn aanhangers alleen nog maar.
Zoals ik al zei, heb ik niets tegen (overheids)subsidie. Subsidie -in de zin van de uitgaven die de overheid doet om dingen voor haar burgers te faciliteren- wordt aan van alles besteed. Aan kunst (een treurig klein promillage van de Nederlandse overheidsuitgaven), aan bedrijven, aan wegen (waar de VVD zo ontzettend blij mee is) en aan fossiele brandstoffen (een vele malen hoger percentage dan aan groene energie, zoals deze week nog te lezen was in The Guardian). Maar het woord SUBSIDIE is fout, helemaal fout. En zij die het willen ontvangen zijn zo mogelijk nog fouter. SUBSIDIE is een ziekte die met een infuus wordt ingebracht in de aders van zwakkelingen.
Kunnen we alsjeblieft als verstandige, weldenkende mensen -en daar schaar ik Jesper Rijpma en Anetta de Jong onder- de taalverloedering die Wilders en zijn achterbakse kornuiten over ons heeft uitgeroepen, tot staan brengen? Kunnen we de dingen gewoon noemen zoals ze zijn? Subsidie is subsidie. Noem het dan ‘overheidsuitgaven’ als dat beter bevalt. Dan weet elke Nederlander (nou ja, er blijven uitzonderingen) dat ook het geld dat de overheid stopt in een gebouw met een recreatieve functie, de lantaarnpalen die onze gevels verlichten, het natuurbeheer en, jawel, het asfalt waarop de hardrijdende Nederlanders met 130 kilometer per uur overheen mogen scheuren gewoon SUBSIDIE is. En dat dat helemaal niet erg is. Dan hoef ík een stuk als dit niet te openen met de zinnen die er nu staan…

Advertenties

0 Responses to “De aantrekkingskracht van een nieuw vocubalaire: het subsidie-infuus en andere sprookjes”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




Geerts Twitter

Deze site


%d bloggers liken dit: