Cultuurbeleid #030 – De Onvrede van Utrecht

Een paar weken geleden besloot ik de onvrede, boosheid en zelfs schaamte die ik binnen mijn netwerk aantref omtrent het cultuurbeleid van de Gemeente Utrecht niet meer te beantwoorden met meezuchten en klagen. Specifiek doel ik op de positie van de organisatie Vrede van Utrecht 2013, die zowel de organisatie in handen heeft van de herdenking van het Verdrag van Utrecht uit 1713, die volgend jaar plaatsvindt, als ook de voorbereidingen treft voor de kandidatuur van Utrecht Culturele Hoofdstad in 2018.
Hieronder wil ik -nog maar heel beperkt in deze eerste aanzet- een discussie starten over de Vrede van Utrecht, Utrecht 2018 en het cultuurbeleid van Gemeente en Provincie. In de loop van de komende weken zal ik hier over het cultuurbeleid van Utrecht schrijven en hoop ik dat ik er een debat ontstaat. Het is niet mijn bedoeling om mensen, organisaties of denkbeelden neer te sabelen. Er is een traditie -ook binnen de kunstsector- om niet het eigen nest te bevuilen. Dat wil ik evenmin doen. Maar dat nest -de Vrede van Utrecht- is niet van mij, niet van de Utrechtse kunstsector en -denk ik stellig- niet van de stad. En daarom wil ik hieronder en in volgende teksten kritisch kijken naar wat er mis is én nog mis kan gaan.

Het ongenoegen over de Vrede van Utrecht onder kunstenaars, gezelschappen, individuele makers en organisatoren is in de afgelopen jaren gegroeid en wordt groter naarmate 2013 dichterbij komt, zo weet ik uit een reeks van gesprekken die ik in het recente en iets minder recente verleden had. Ik sprak en spreek met mensen uit de podiumkunsten, beeldende kunst en film. Uiteraard speelt in die onvrede de tijdgeest -aangewakkerd door een regering die kunst kennelijk volstrekt onbelangrijk vindt- een rol. Het ongenoegen over de waardering van ons geliefde vak is -zeker wanneer dat zulke veelomvattende consequenties heeft als het verliezen van je baan, erg groot.
De ‘geluiden’ waaruit de onvrede blijkt, concentreren zich vooral op het gevoel dat men niet betrokken is bij de Vrede van Utrecht. Ik heb al menig musicus, artistiek leider of organisator horen verzuchten dat men een boeiend, veelbelovend gesprek heeft gehad bij directeur Peter de Haan en het artistieke team van Paul Feld en Han Bakker, alle ruimte kreeg om ideeën te ventileren waar ook positief op werd gereageerd, maar er daarna nooit meer wat van heeft gehoord. Geen telefoontje, mailtje, niks. Voorts leeft het idee dat de Vrede van Utrecht (of: de Vrede zoals de organisatie bondig wordt aangeduid) haar geld op een verkeerde manier besteedt. Grote projecten in de aanloopfase zonder visie of link met de doelstellingen van de organisatie, zo is het gevoel. En: kunst wordt van overal binnengevlogen, maar Utrechtse groepen en kunstenaars komen niet of nauwelijks op het programma in wording voor.
Daarom ventileerde ik op Twitter enkele van deze gedachten. De Vrede van Utrecht reageerde aanvankelijk niet. Twitter is duidelijk niet hun ding. Dat is overigens -heel eufemistisch uitgedrukt- niet slim in deze tijd, maar daarover later. Pas nadat mensen met wat meer statuur zich op hetzelfde medium roerden met kritische noten -mijn persoon is niet echt een factor van belang in deze stad- , kwam er een reactie. We werden van harte uitgenodigd om met de organisatie van gedachten te wisselen. Dat is inmiddels drie weken geleden en ondanks het feit dat de aangesprokenen mail- en telefoongegevens hebben gecommuniceerd, wachten we nog steeds op die uitnodiging.
Het zij zo. De Vrede zal het vast heel druk hebben, er moet hard gewerkt worden want voor je het weet is het 2013. Maar ondertussen wordt de onvrede in de stad groter. En lezen we pas sinds deze week een heel summier overzicht (hoewel het ‘programmabrochure’ heet) van wat het programma voor 2013 behelst. En dat maakt -op kunstgebied- niet echt een overrompelende of geïnspireerde indruk. De ‘brochure’ bevat vooral een overdaad aan foto’s. Concreet wordt het (culturele) programma nog steeds slechts sporadisch. Ook hierover een volgende keer meer details.

Ik wil hieronder de persoonlijke aanleiding om me zorgen te maken over de stad en haar cultuurbeleid, kort aanduiden. In de hoop dat er hier (of op om het even welk openbaar platform) een discussie kan starten over de Onvrede van Utrecht in relatie tot het cultuurbeleid van de stad.
Op de site van de Vrede staat die missie vermeld:

Vrede van Utrecht versterkt de internationale reputatie van Utrecht als stad en regio van kennis en cultuur met een aansprekend cultureel programma voor 2013 en 2018 op een manier die duurzaam effect heeft en de culturele infrastructuur versterkt.


Dat is mooi, daar kun je niet omheen. Daar zou de stad, de cultuur en de kunst veel aan kunnen hebben. De rol die de organisatie daarbij voor zichzelf ziet, is ‘stimuleren, faciliteren en initiëren op speciale momenten.’ Ook prachtig natuurlijk. Maar dat is dus geenszins het idee dat een aanzienlijk deel van de Utrechtse kunstensector heeft. Evenmin hoor ik bevestigd of kan ik in het programma teruglezen wat zakelijk directeur Petra Remmen in een interview zegt: ‘De werkwijze is om partijen in het Utrechtse te mobiliseren, samen te brengen op het traject 2013 – 2018’. Partijen genoeg om mee samen te werken, maar ze zijn er niet of nauwelijks bij betrokken.

Wat mij grote zorgen baart -als inwoner van Utrecht, als professional in de kunsten en als kunstliefhebber- zijn twee gelijktijdige ontwikkelingen. De afkalving van de Utrechtse culturele infrastructuur aan de ene kant en het beleid van een (hele kostbare) organisatie als de Vrede aan de andere kant. Een beleid dat niet in het belang is van de Utrechtse cultuursector, ten aanzien van kunst geen onderscheidende visie heeft en daarnaast in haar (PR)beleid duidelijk de 2.0 slag heeft gemist en in de pers louter mooi weer speelt. In deze grauwe periode in het denken over kunst en geld in ons land, is wat de Vrede uitvoert koren op de molen van de aanhangers van de subsidiehaters, zo is mijn angst. En straks in 2013 komt dat aan het licht. Dan staat de krant ineens vol over de ‘enorme bedragen die door het subsidie-infuus aan de Vrede zijn verstrekt’ of worden de ‘absurd hoge declaraties van de falende directeur’ besproken. U begrijpt: dit zijn denkbeeldige krantekoppen die niet zullen misstaan in De Telegraaf van -pak m beet- 1 april 2014.

De twee ontwikkelingen van hierboven hebben veel met elkaar te maken. Toen de Vrede een jaar of acht (toen al!) geleden startte, had men in Utrecht al snel het gevoel dat er in ene twee loketten ‘cultuur’ bij de Gemeente waren: die van culturele zaken zelf en die van de Vrede. Wilde je iets als kunstenaar, theatergroep of ensemble, dan kon je kiezen. Ik heb onvoldoende zicht op de exacte financiële afspraken tussen Gemeente en Vrede, maar je kunt op twee vingers natellen dat een dergelijke verhouding tot veel onduidelijkheid leidt. En dat heeft het ook gedaan. Een andere relatie tussen de twee geschetste ontwikkelingen ligt bij de Provincie Utrecht. Die besloot vorig jaar haar podiumkunstenbeleid voor de komende jaren volledig op te schorten terwijl er voor de realisatie van Utrecht 2018 10 miljoen werd gereserveerd. Wat er het komende jaar gebeurt, is dat er -primair door de bezuinigingen van het Rijk trouwens- talloze kunstinstellingen in Utrecht gedecimeerd worden terwijl de Gemeente en de Provincie grote bedragen investeren in een fraai en nobel initiatief dat beperkt blijft -zo laat het zich aanzien- tot een éénmalige aangelegenheid. Een feestje over en voor de stad van een paar maanden met als prijs een cultureel niemandsland voor de periode daarna.
Deze twee gelijktijdige ontwikkelingen zijn natuurlijk niet de ‘schuld’ van de Vrede. Naar mijn idee gaat het hier om een algemeen gebrek aan visie op kunst en cultuur in de stad en dus is het het gemeentelijk (en niet te vergeten het provinciale) kunstbeleid dat jammerlijk faalt. Juist in deze tijd, zo meen ik stellig, zijn kunst en cultuur van groot belang om verbindingen te leggen in de samenleving. Maar zonder visie en zonder helder, transparant beleid, gaat er helemaal niks werken.Terwijl het prestigieuze Muziekpaleis langzaam boven de binnenstad uit groeit, nemen de zorgen over wat daar in hemelsnaam moet gaan plaatsvinden, toe. Wie gaat die exploïtatie betalen? Wie spelen er straks in die zaal? En -het allerbelangrijkste- wie komen er straks kijken en luisteren? In een tijd dat het ene theater na het andere festival haar ambities naar beneden bijstelt, fuseert of er gewoon mee ophoudt, moeten er prioriteiten worden gesteld. En ik denk dat dat op dit moment de verkeerde zijn.
Ondertussen sijpelen er via de tamtam steeds meer onrustbarende geruchten de stad binnen. Dat de kandidatuur van Utrecht voor Culturele Hoofdstad 2018 in Den Haag niet serieus wordt genomen, bijvoorbeeld. En binnen mijn netwerk elders in den lande -ik kom ook nog wel eens ergens anders- hoor ik hetzelfde. Geruchten weliswaar, maar toch. En -zo zag ik deze week- juist nú wordt de stad volgehangen met affiches waarin de kandidatuur van Utrecht voor deze prestigieuze status wordt aangekondigd. Een nutteloze, geldverslindende campagne om het imago nog even op te houden dat Utrecht ertoe doet in deze strijd? Of heb ik met volledig mis en is Utrecht in 2018 de stad die de Vrede belooft dat’ ie is?

Advertenties

18 Responses to “Cultuurbeleid #030 – De Onvrede van Utrecht”


  1. 1 Peter de Haan namens Vrede van Utrecht 31/01/2012 om 11:20 am

    Geachte meneer Van Boxtel,

    Allereerst willen we u van harte dank zeggen voor uw kritische blog over de Vrede van Utrecht waarin u met een mooie woordspeling uw ‘onvrede, boosheid en zelfs schaamte’ omtrent de Vrede van Utrecht en uiteindelijk het hele Utrechtse cultuurbeleid op papier heeft gezet. Opbouwend bedoeld uiteindelijk want uw waarschuwing liegt er niet om: ‘Er sijpelen via de tamtam steeds meer onrustbarende geruchten de stad binnen. Dat de kandidatuur van Utrecht voor Culturele Hoofdstad van Europa 2018 in Den Haag niet serieus wordt genomen, bijvoorbeeld.’ Het is mooi dat iemand die zich met enige bezieling heeft verbonden aan de campagne voor Brabant Culturele Hoofdstad 2018 met zo’n bezorgdheid naar die ‘nutteloze, geldverslindende campagne’ van de concurrent kan kijken.

    U draagt veel aan waar we op zouden kunnen reageren. Wat vooral uit uw betoog naar voren komt is de ‘groeiende onvrede’ die u om u heen bespeurt over dat de Vrede van Utrecht nauwelijks zou samenwerken met Utrechtse partijen en dat er nauwelijks wordt gereageerd op plannen van Utrechtse makelij. De Vrede van Utrecht is in uw beleving een geblindeerd bastion dat ‘zonder visie’ een programma aan het bouwen is waarvoor ‘kunst van overal wordt binnengevlogen’. Nu is het zo dat er prachtige projecten uit het buitenland komen in 2013. En uit de rest van het land. En dat er een stroom van internationaal bekende locatiekunstenaars van elders in de stad Utrecht aan het neerstrijken is (met de wens om zich hier te vestigen) die allemaal met mooie plannen bij de Vrede aankloppen. Ook kiezen juist vanwege de Vrede van Utrecht een aantal evenementen Utrecht in 2013 uit als samenwerkingspartner of als ‘place to be’ (Nationale viering 5 mei; 22 juni Roze Zaterdag; het Europees Jeugd Olympisch Festival vanaf 14 juli; Open Monumentendag 14 september; 100 jaar Vredespaleis; 100 jaar Militaire Luchtvaart; 200 jaar Koninkrijk).

    Maar om nu te concluderen dat hierdoor de bijdragen van ‘eigen’ Utrechtse partners in het gedrang zouden komen gaat veel te ver. Het hele programma van Vrede van Utrecht is van a tot z gebaseerd op samenwerking met tal van lokale partners op tal van locaties in het opzetten van nieuwe programma’s of het door ontwikkelen van bestaande programmaformules. Al die coalities waaraan zo hard gewerkt wordt hebben als concreet doel de voorbereiding van het programma in 2013 maar herbergen tevens de belofte in zich voor een duurzaam vervolg na 2013.

    Voorbeelden van deze (niet zelden sector overstijgende) coalities zijn:
    – met alle 10 musea van het Utrechtse Museumkwartier is er in een unieke coalitie een museaal programma in ontwikkeling rond het thema Vrede en Oorlog;
    – met de grote culturele instellingen in Utrecht, maar ook met kleinere instellingen uit de de community arts- en wijkcultuur-netwerken is een bijdrage aan het programma in voorbereiding (van de Bachvereniging tot de Stadsschouwburg Utrecht tot Muziekcentrum Vredenburg tot Arkfestival, Stichting Tafelboom, STUTtheater, BAK, CBKU, Het Filiaal, het Klokkenluidersgilde, etcetera);
    – met een reeks festivals wordt speciale programmering ontwikkeld: Festival a/d Werf & Springdance, Festival Oude Muziek, Gaudeamus Muziekweek, Cities2City, Festival de Beschaving, met de mediafestivals en -partners als NFF, HAFF, Impakt, Born Digital, Z25;
    – met het stedelijke en regionale educatieve netwerk voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs is een jarenlang project aan de gang (Vrede van Utrecht op School bereikt 120.000 kinderen);
    – er is intensieve samenwerking met het hoger onderwijs: UU, HKU, HU; onder meer in een viertal belangrijke congressen met publieksprogramma in 2013;
    – het zogenaamde bruggenbouwerproject gaat over een brede samenwerking met de Utrechtse politie, de rechtbank, de Vreedzame School/Vreedzame Wijk;
    – onder meer in dit kader gaan we in het kader van ‘cross culture’ de verbinding aan vanuit cultuur met de sportsector in projecten die we ontwikkelen met de Hogeschool Utrecht, de amateurvoetbalverenigingen, met FC4YOU (de maatschappelijke afdeling van FCUtrecht), met het Europees Jeugd Olympisch Festival;
    – aan de Council Vrede van Utrecht heeft zich de top van het Utrechtse bedrijfsleven verbonden;
    – met horeca en MKB worden arrangementen ontwikkeld;
    – vanuit de specifieke thematiek van oorlog en vrede is er zowel contact met Defensie als met vredesbewegingen als IKV Pax Christi, Warchild en Masterpeace;
    – met een reeks gemeentes in de regio, zoals Woerden, Zeist, De Bilt, Gemeente Heuvelrug, Veenendaal worden speciale programma’s ontwikkeld;
    – voor festival DE BASIS werken we samen met onder meer Stichting Het Utrechts Landschap en Projectbureau Vliegbasis Soesterberg, met lokale, nationale en internationale kunstenaars en landelijke kunstvakopleidingen.

    En zo kunnen we door blijven gaan. Elke samenwerking is maatwerk binnen het beperkte budget. Met elke partij kijken we hoe en of zijn of haar project potentieel aansluit bij de uitgangspunten van Vrede van Utrecht, bij het programma ‘The Art of Making Peace’ en hoe we eventueel kunnen samenwerken. Grofweg zijn er vier manieren waarop externe partners kunnen aanhaken bij het programma van de Vrede van Utrecht: op uitnodiging van de Vrede van Utrecht (zoals het jaarlijkse concert in de Domkerk, VJ op de Dom, Festival DE BASIS); via een structurele overeenkomst op basis van co-partnerschap (zoals overeenkomsten met de gezamenlijke musea, met de gemeentes in de regio, met sommige festivals); via een eenmalige bijdrage van Vrede van Utrecht (zoals aan de installatie van Peter Greenaway op Kasteel Amerongen, aan Orpheo et Euridice van De Utrechtse Spelen op Paleis Soestdijk, aan The Tempest van Holland Opera op Fort Rhijnauwen, aan Het Grootste Staatsbezoek Aller Tijden in Baarn en aan tal van andere initiatieven); via een communicatieve bijdrage en een opname in het programma van Vrede van Utrecht.

    Ik kom tot slot nog terug op uw opmerking over de campagne voor Utrecht 2018. Wij zijn met een fractie van de middelen die bijvoorbeeld Brabantstad 2018 ter beschikking heeft bezig om het bidbook samen te stellen en het publiek te informeren over deze ambitie. Dat doen we op dezelfde manier als we voor 2013 hanteren: in co-creatie met heel veel partners uit stad en regio Utrecht. Zo’n 1500 vertegenwoordigers van Utrechtse culturele en maatschapelijke instellingen, bedrijven, bewonersorganisaties en anderen hebben inmiddels meegedaan en -gedacht. Velen daarvan spraken wij persoonlijk en/of waren ook aanwezig op de werkconferenties, de Utrecht2018 Café’s. U hebt dit alles kennelijk gemist en dat spijt mij zeer.

    Ik nodig u van harte uit om alsnog in te gaan op onze uitnodiging om uw onvrede en onze plannen in een persoonlijk gesprek naast elkaar op tafel te leggen.

    Met vriendelijke groet,

    Peter de Haan,
    Directeur Vrede van Utrecht 2013/Utrecht Culturele Hoofdstad 2018

  2. 2 Geert van Boxtel 31/01/2012 om 12:20 pm

    Geachte heer de Haan,
    ik ben heel blij met deze reactie. Of laat ik het zo formuleren: dat er een reactie is. Openbaar en voor iedereen toegankelijk.

    Twee opmerkingen die mijn persoon aangaan – voor dit moment.
    Allereerst opent U met het volgende: ‘Het is mooi dat iemand die zich met enige bezieling heeft verbonden aan de campagne voor Brabant Culturele Hoofdstad 2018 met zo’n bezorgdheid naar die ‘nutteloze, geldverslindende campagne’ van de concurrent kan kijken.’

    Mag ik u erop wijzen dat het feit dat ik deel uitmaak van twee commissies in Brabant niets te maken hebben met de ambities van deze provincie om Culturele Hoofdstad te worden. Ik heb mij niet ‘verbonden’ aan deze campagne, maak er op geen enkele manier deel van uit en heb er geen belangen anders dan dat ik de Brabantse cultuursector, net zoals die in Utrecht of welke regio dan ook, een zeer warm hart toedraag.
    Zoals u weet, is belangenverstrengeling binnen commissiewerk zeer onwenselijk. De betreffende commissies zien daar zeer streng op toe. Dat ik bekend ben met de verschillende spelers in het Brabantse is niet geheim noch relevant in deze. Ik ben een inderdaad ‘bezield’ werker in de kunsten, wars van politieke spelletjes en gekonkel en wens dat graag zo te houden. Ik werk, woon en leef sinds 1986 in deze stad en doe dat met toewijding voor haar culturele profiel. Een aantal van uw eigen medewerkers die mij kennen, zullen u dat kunnen bevestigen. Vanuit dat perspectief heb ik mijn artikel geschreven en vanuit geen enkel ander.
    Ik beschouw deze opmerking van u daarom als misplaatst, onnodig voor de discussie en enigzins rancuneus. Dat spijt mij en -naar ik hoop- u ook.

    Een tweede persoonlijke en onnodige referentie plaatst u -met gevoel voor vorm- op het einde van uw reactie. ‘U hebt dit alles kennelijk gemist en dat spijt mij zeer.’ U refereert aan de talloze bijeenkomsten en werkconferenties die de Vrede van Utrecht in de afgelopen jaren heeft georganiseerd. Ik heb dat niet gemist maar was evenmin een frequent bezoeker. Van de inhoud van een aantal conferenties -waar ik mij overigens veelal een positief idee over heb gevormd- heb ik met afstand kennis genomen van de resultaten. Tevens heb ik vanuit verschillende perspectieven deel uitgemaakt van activiteiten van of rondom de Vrede van Utrecht. Overigens hebben we elkaar ook persoonlijk ooit ontmoet in een gesprek over een mogelijke samenwerking tussen de Vrede en Yo! Opera. Een gesprek dat ik mij goed kan herinneren.

    Ik had dit blog graag beperkt gehouden tot onderwerpen die de stad Utrecht vooruithelpen. In mijn artikel treft u geen persoonlijke steken onder of boven water aan omdat dat geen enkel belang dient. Ik heb uw reactie onverkort geplaatst omdat ik -zoals u in de aanvang kunt lezen- blij ben met een openbare reactie en niet -gisteren- wilde ingaan op de uitnodiging voor een persoonlijk gesprek naar aanleiding van mijn artikel. Dat de discussie nu voorzien wordt van een persoonlijke ondertoon, beschouw ik als uw verantwoordelijkheid. Dat ik deze reactie nu ook openbaar moet plaatsen, is daarmee -voor mijn persoon en mijn goede naam- een noodzakelijkheid geworden.

    Uw uitnodiging tot een persoonlijk gesprek aanvaard ik wanneer het over persoonlijke dingen zal gaan. De openbare discussie die nu hier is ontstaan, wens ik -en te oordelen naar de talloze hartverwarmende reacties uit de Utrechtse cultuursector en de politiek: met mij vele anderen- graag hier voort te zetten. Wanneer dit mij persoonlijk (verder) schaadt, zal ik er subiet mee stoppen. Ik ga ervan uit dat dit niet uw uitgangspunt is.

    Met vriendelijke groet,
    Geert van Boxtel

  3. 3 Andre 31/01/2012 om 12:49 pm

    @GeertvanBoxtel Interessante discussie zojuist gelezen. Echter, namens deBeschaving moet ik zeggen dat die indruk bij ons niet heerst. Ik heb ook geregeld meegemaakt dat er mensen klagen over de Vrede en dan vind er een discussie plaats met de Vrede en nemen de klagers spontaan met 50% af. We blijven wel Hollanders he!? 🙂 Je hebt klachten en klagers, soms behandel je een klacht en soms een klager (generaliserend gesproken en dus niet over jou te oordelen). Ik geloof dat de onvrede ook te maken heeft met de passieve houding van onze sector soms, als het gaat om genereren van kansen en inkomsten, of ondernemerschap. Die buiging is nu wel gaande en dat is dan maar het voordeel van alle ellende in onze sector. Niet dat ik ons wil ophemelen, maar laat ons in ieder geval een voorbeeld zijn die bewijst dat de samenwerking met de Vrede zeer succesvol kan zijn. Alles hangt wel af van de bril waar je doorheen wil kijken. Wil je zien wat er mis gaat of kijk je naar alle dingen die wel goed gaan. Dat geldt voor het hele leven en dat onderscheid de pessimist van de optimist. Daarmee niet te willen zeggen dat jij geen optimist bent 😉 Ik geloof namelijk van wel…Maar objectiviteit is moeilijk als we er zelf middenin zitten, dat geldt natuurlijk ook voor mij. Ik vind je stuk erg goed geschreven, maar ik kan het er – met alle mogelijke objectiviteit – niet mee eens zijn..:-) Ik geloof wel dat je een punt hebt als je zegt dat bepaalde behaalde successen meer gedeeld mogen worden en beter voor het voetlicht moeten komen. Al met al complimenten voor je ongezouten mening, dat zeker!

  4. 4 Sidney Vollmer 31/01/2012 om 1:22 pm

    Beste Geert,

    Dank voor je uitgebreide betoog, Peter: goed dat er een reactie is, hier op het blog van Geert.

    Het enige dat ik kan toevoegen is dat ik als Utrechtse schrijver en regisseur een beetje het gevoel heb gekregen dat De Vrede van Utrecht vele, mooie activiteiten ontplooit maar dat het ontplooien wel voornamelijk gebeurt met andere organisaties. Níét met kunstenaars zelf. Terwijl we met zovelen zijn, en zoveel moois in onze mars hebben.

    De vier manieren die Peter de Haan noemt waarop externe partners kunnen aanhaken zijn daar voor mij een voorbeeld van: waar worden de zzp’ers genoemd? De individuen? De mensen die dag in dag uit op eigen rekening verschil proberen te maken met hun kunst?

    Juist een overkoepelende organisatie als de Vrede van Utrecht kan vele kunstenaars samenbrengen. Ik denk dan niet alleen aan collectieven als SLAU, de Vechtclub, Losse Schroeven, maar vooral aan de tientallen schilders, fotografen, schrijvers, acteurs die ik in mijn netwerk heb en het geweldig zouden vinden om een rol te kunnen spelen in de activiteiten.

    Graag verneem ik een reactie van de Vrede van Utrecht.

    Veel groeten aan allen,

    Sidney Vollmer.

  5. 5 Arie 31/01/2012 om 7:19 pm

    Beste heren,

    (ja, dat is nou ook weer typisch zeg…)

    Eens of niet met Geert van Boxtel, er is in elk geval een begin van een openbaar gesprek over de Vrede en dat is toe te juichen, zoals iedereen ook aangeeft. Hooguit jammer dat het pas start bij “Onvrede”…

    Al vrijwel sinds de oprichting van de organisatie de Vrede ben ik in meer of mindere mate bij haar betrokken als ‘speler in het culturele veld’ in Utrecht in verschillende rollen. Ik wil als prive persoon en soort van ervaringsdeskundige reageren op een paar punten uit de diverse betogen.
    Onze culturele sector in het algemeen was lange tijd ongemeen afwachtend, op het afhoudende af. Ik heb de afgelopen jaren vergaderingen meemaakt waarin gezegd werd: “Laat de Vrede maar komen met een voorstel voor ons (theater, groep, ensemble, …) dan gaan we het wel doen”. De Vrede vroeg intussen om plannen uit de sector, om initiatieven, smeekte er haast om.
    Andre slaat de spijker op de kop hierboven mijns inziens: velen in de culturele sector hoopten of verwachtten dat de Vrede een veredelde subsidiemachine zou zijn om hun projecten te financieren als de gemeente of anderen dat niet deden. Niet dus. Gelukkig maar, want dan weet je zeker dat er niets beklijft na ’13 of ’18. Juist door mensen en partijen te stimuleren en te verbinden is de kans op verduurzaming vele malen groter. In de recente geschiedenis van andere culturele hoofdsteden is dat ook gebleken.
    Tot slot nog het gemeentelijke en provinciale cultuurbeleid. Van Boxtel zegt eigenlijk dat het huidige cultuurbudget naar de Vrede en 2018 gaat. Maar als cultuureel commissielid/adviseur moet hij meer zicht hebben op de geldstromen lijkt me. Dat soort budgetten wordt lang van te voren vastgesteld en gelukkig blijven die van en voor de Vrede dan toch in elk geval nog redelijk overeind in het huidige klimaat. En ja, als de Telegraaf of anderen willen roeptoeten dan vind iemand allicht een stok…

    Laten we er vooral mooie jaren van maken. Op naar 2013 en 2018!

  6. 6 Daniel Cross 31/01/2012 om 10:30 pm

    Wat mij vooral opvalt, de hele lijst van ‘Vrede van Utrecht’ activiteiten lezende die Peter de Haan opsomt in zijn reactie op Geert’s betoog, is dat het mijzelf blijkbaar allemaal ontgaan is. Waar was ik? Wat gaat er allemaal om in Utrecht en daarbuiten waar ik volkomen onwetend over ben? En dat voor iemand die al weer wat jaren in de Utrechtse culturele sector rondloopt. Heb ik al die tijd in een grot gewoond? Of valt dat soms wel mee?
    Ik kan me nog herinneren dat ik jaren geleden een (eerste) plan dropte bij Henk Keizer, enkele mooie panden geleden. Nooit meer iets van gehoord, hoe enthousiast hij ook was. Ook latere gesprekken met o.a. Peter de Haan hebben nooit iets van samenwerking opgeleverd. Nou kan dat natuurlijk aan mij liggen. Misschien had ik geen goeie ideeën of kwam ik er veel te laat mee. Of paste ik gewoon niet in hun plannen.
    Een jaar geleden had ik weer eens een, vind ik zelf, heel goed plan wat perfect in de programmering van ‘2013’ paste. Een klein jaar later, november 2011, waren we eindelijk in gesprek. Sindsdien is er niets meer gebeurd ondanks de beloftes. Enkel een email dat de feestdagen toch langer duurden dan verwacht…
    Ach, het zijn maar kleinigheidjes misschien, maar het geeft wel ongeveer weer wat ik al jaren om me heen hoor. De Vrede? Ach, je kan ook gewoon iets nuttigs gaan doen. Inmiddels is er zo’n 50 miljoen aan gespendeerd. Het zal best iets opgeleverd hebben, maar je had er ook de huidige bezuinigingen mee kunnen dempen. Die teleurstelling is voelbaar in de stad.
    Want wat hadden we er een zin in, zo’n tien jaar geleden, toen mensen als Henk Scholten hiermee aan de slag gingen. Utrecht zou een baken in Nederland worden. Wat? In Europa! Kunst zou hand in hand gaan met stadsontwikkeling, onderwijs en een solidair Europa propageren. We zouden te paard en te wimpel… We hadden Sjarl Ex, Guy Gijpens, Henk Scholten, Ellen Walraven en nog veel meer, allemaal visionaire kanonnen. Maar de tijden veranderden. De kanonnen zijn vertrokken, het conservatorium is nog slechts een schim van wat het was en grote bezuinigingen staan voor de deur. Het beton heeft het gewonnen van de inhoud.
    Maar niet getreurd, 2012 is Het Jaar der Verandering. Pech voor 2013. En die verandering komt nu eens niet door de achterdeur. It’s right here in your face. Ik hoop dat De Vrede en met haar de Gemeente Utrecht zich dit goed realiseren. Het is tijd voor respectie.
    Maar als de criticus, in dit geval Geert van Boxtel, toevallig een goeie vriend en collega van me, ook nog eens op de persoon aangevallen wordt, zoals De Haan doet door te suggereren dat hij in het ‘Brabant’ kamp zit, en dus maar beter z’n mond kan houden, dan kan ik eigenlijk niet anders concluderen dat relevante argumenten blijkbaar te kort schoten en dat Geert op z’n minst een gevoelige snaar heeft geraakt.
    Tijd voor verandering, er kan nog veel moois gebeuren.

    Daniel Cross

  7. 7 George Knight 01/02/2012 om 10:19 am

    @Geert
    Zinnig onderwerp. Ook ik heb mijn antennes in het land uitgestoken en vernomen dat Utrecht voor CH 2018 met Brabant (Eindhoven) en Maastricht een redelijke kans maakt. Zeg: 1 op 3. Ik weet niet wat het waard is, maar Utrecht lijkt niet kansloos. Dat rechtvaardigt naar mijn idee trouwens evenmin het optimisme van wethouder Lintmeijer. Hij buigt het doemdenken om tot wensdenken dat evenmin realistisch is. Maar ach, dat moet-ie natuurlijk naar buiten zeggen. Zo werkt het spel.
    http://georgeknightlang.wordpress.com/2011/11/30/grootse-plannen-van-de-kleinburgers-culturele-hoofdstad-2018/

    Het grootste nadeel van de constructie die Utrecht heeft gekozen met zowel de Vrede 2013 als CH 2018 is dat een organisatie niet meer dan 7 jaar op haar tenen kan lopen. De spanningsboog is lang. De combinatie lijkt een weeffout die elders in het land als nadeel wordt genoemd. De organisatie zal zich tussentijds ongetwijfeld trachten te vernieuwen maar moet toch lang in het veld staan om fris te blijven. De afweging is gemaakt om het zo te doen, maar in de evaluatie moet serieus gekeken worden of dat wel zo slim was.

    Op mijn blog heb ik veelvuldig aandacht besteed aan de huisvesting van de Armando Collectie in landhuis Oud-Amelisweerd. Door wethouder Frits Lintmeijer wordt een beoogd nieuw Museum Oud-Amelisweerd bewust aan CH 2018 gekoppeld. Eind 2010 is de plannenmakerij daarover van start gegaan. Ook de plannenmakers zelf geven trouwens toe dat ze begonnen zijn zonder na te denken over de inhoud van zo’n museum. Zodat het de vraag is of de locatie optimaal wordt benut, en of de Armando Collectie de optimale locatie zal krijgen, gesteld dat het doorgaat. Ik vermoed op beide punten van niet.
    http://georgeknightlang.wordpress.com/?s=Armando+Museum

    Intenties, haalbaarheid, bereidwilligheid en procesbegeleiding kwamen bij Oud-Amelisweerd in de plaats van een inhoudelijke keuze en een analyse van sterke en zwakke punten. Kortom, van een gedegen besluitvorming die niet uitwaaiert in tijd, bestuurslagen en doelstelling. Ik hoop niet dat de organisatie van Vrede 2013 hetzelfde verwijt valt te maken, maar ik vrees het ergste.

  8. 8 Rob van der Hilst 01/02/2012 om 1:15 pm

    Als er één indruk is die zich spontaan opdringt, op grond van de hartekreet van Geert van Boxtel, dan is het wel dit: dat ook een internationaal-gerichte herdenkingsmanifestatie als de Vrede van Utrecht in 2013 ook/echt ‘van ons’ dient te zijn.
    En dat met ‘ons’ niet alleen gericht wordt op instellingen maar ook/vooral op makers van kunst en cultuur in provinciehoofdstad Utrecht en in de provincie Utrecht zelf.

    Dit lijkt dus, Geert’s debatouverture lezende, niet of in onvoldoende mate aan de orde, wat niet alleen bij ondergetekende bevreemding wekt. Vooral in het licht gezien dat de omvang van de creatieve gemeenschap alhier op zijn zachtst gesteld vrij fors is,

    Jetta Ernst, de vroegere (en zeer succesvolle) zakelijk leider van toneelgroep de Paardenkathedraal – waarom moest die prikkelende naam zo nodig wijken voor het veel diffuser de Utrechtse Spelen trouwens – sprak liefdevol over stronteigenwijze geesten die kunst en cultuur maken.
    Bij instellingen zul je die niet of in veel minder mate tegenkomen: daar zijn het dan ook keurige instellingen voor.

    Zou de Vrede van Utrechtorganisatie daar soms, wellicht zelfs vanaf den beginne af aan, bleek om de neus van zijn geraakt en dat nog steeds zijn?
    Mogelijk.

    COMMUNICATIE
    Een ander punt dat mij opvalt, Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de factor-communicatie, wat betreft de Vrede van Utrecht-organisatie richting het veld van concrete makers van kunst en cultuur (solisten en kleine groepen hierin voorop), niet bepaald optimaal was en is.

    Communicatie dus. Is het er? Dan heerst feestvreugde alom. Is het er niet, of in onvoldoende mate? Dan zijn boos-tetterende fanfares in alle soorten en maten niet van de lucht, Welkom in de opengebroken maatschappij die Nederland is.

    INTERNATIONALE DIMENSIE
    Toen ik in 2000 het idee aanzwengelde om in 2013 de Vrede van Utrecht van 1713 breeduit te gaan herdenken en vieren, stond de internationale dimensie ervan eigenlijk meteen voor mij vast.
    En dat kunst en cultuur hierin als belangrijke vehikels – niet uitsluitend trouwens – zouden dienen te functioneren.

    Immers, de metaforische kracht van kunst en cultuur kan de ‘boodschap’ van een grote gebeurtenis die de Vrede van Utrecht eertijds was, maar waarvan de impact allang in het (collectieve) bewustzijn is weggeëbd, als zogezegd kicking and very alive daarin terugbrengen.
    Geen overbodige luxe uitgerekend in deze tijd waarin ‘Europa’ en internationale oriëntatie en betrekkingen in dit handelsland onder hevige druk zijn komen te staan.

    Zelfs 4 en 5 meiherdenkingcomité’s overal in het land, en al helemaal hier in Utrecht, snappen dit. Kunst en cultuur zullen, ook/vooral met het oog op nieuwe generaties die de hitte van de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) niet meer (kunnen) voelen, zelfs hier meer en meer van stal worden gehaald.

    Als de Vrede van Utrechtorganisatie die ook ‘Utrecht2018’ organiseert, deze brede dimensie echt weet te verduidelijken aan de creatieve sector, niet uitsluitend via de welgebaande communicatiekanalen en -formats, om mede hierdoor iedereen in stad en provincie ‘mee te nemen’ dan is breed draagvlak het bijna automatische gevolg ervan.

    Hiermee is voor mij nog steeds niet duidelijk of de wereld van Stichtse stronteigenwijzen – dank Jetta – metterdaad bij de programmering betrokken is. Maar een begin ervan is er dan, wat voor ‘2018’ wellicht nog van veel grote belang is, want dat gaat immers over ons zelf.
    En al helemaal wat 2022 betreft wanneer Utrecht zijn 900jarige bestaan als officiële stad zal gaan vieren.

  9. 9 Bart Bleijerveld 01/02/2012 om 3:07 pm

    Vrede Voor Utrecht!
    Communiceren begint met luisteren. Luisteren naar wat er op straat en in de wijken allemaal voor moois gebeurd. En dan met die mensen en clubjes in gesprek gaan.
    Communiceren is niet Marketing Van Eigen Organisatie.
    Ik zou het mooi vinden als ” de vrede” als organisatie onzichtbaar zou blijven en haar budget zou gebruiken om de Utrechtse cultuursector zo te versterken dat het een Europees voorbeeld wordt.
    Wijkprestaties als Europesche Ambitie.

  10. 10 Ingmar Heytze 03/02/2012 om 8:22 am

    onvrede van utrecht – column in het AD Utrechts Nieuwsblad van vandaag

    De Vrede van Utrecht ligt onder vuur. Geert van Boxtel, een muziekwetenschapper en dramaturg met een bijzonder grote staat van dienst, publiceerde vorige week een blogbericht waarin hij probeert te verwoorden wat al lang onder veel mensen in de culturele sector leeft. Zijn doel is het op gang brengen van een discussie over de Vrede, omdat hij geen zin meer heeft om de ‘onvrede, boosheid en zelfs schaamte’ die hij binnen zijn netwerk aantreft, louter te beantwoorden ‘met meezuchten en klagen.’

    Het is prijzenswaardig dat Van Boxtel zijn nek uitsteekt. De culturele sector is erg goed in het verplegen van zijn eigen boosheid en onmacht – het blijft een verzameling dramatisch gemotiveerde individuen – maar een eerlijke discussie wordt meestal niet gezocht, mede uit angst om buiten de boot te vallen als er een pot geld mag worden verdeeld.

    Van Boxtels standpunt is ongenuanceerd samen te vatten: hij wil niet lullig doen, maar is wel van mening dat we met deze club de oorlog niet gaan winnen. Daar is iets voor te zeggen. De Vrede van Utrecht heeft inmiddels de reputatie van een soort bloedbank voor cultuur. Je brengt er ideeën heen. Die gaan de ijskast in. Een hele tijd later verschijnt er een wijdse visie waarin je vergeefs naar je oorspronkelijke ideeën zoekt.

    Ik kan een eind met Van Boxtel meegaan. De Vrede en cultureel Utrecht hebben tot nu toe een rommelig huwelijk; voor de meeste worstelende makers lijken de medewerkers van de Vrede te leven in een soort parallel universum van prestige, wilde visies, eeuwigdurende vergaderingen en rivieren van geld. Maar dat culturele veld bestaat voornamelijk uit mensen die niet verder denken dan hun eigen toko, en gewond gaan zitten mokken als hun ideetjes niet goed blijken voor een zak geld een een plek op het hoofdpodium. Volgens mij is veel van de onvrede met De Vrede op te vatten als een projectie van het opportunisme dat in de culturele sector zelf leeft.

    Is er een oplossing? Jazeker. Utrechtse makers moeten zich meer uitspreken zoals Van Boxtel dat doet, want uiteindelijk willen we allemaal precies hetzelfde. We zijn het alleen niet eens over de invulling. De culturele sector kan ook besluiten om met de Vrede aan de slag te gaan: minder konkelen en meer kritiek leveren om tot een gezond vechthuwelijk te komen. Zoals elke Utrechter weet: hoe harder je op elkaar scheldt, hoe meer je van elkaar houdt.

  11. 11 Peter de Haan namens Vrede van Utrecht 07/02/2012 om 9:22 am

    De discussie over de Vrede en de onvrede van Utrecht is geopend en publiek. Dat is goed. Mijn eerste reactie bevatte een onterechte opmerking naar Geert van Boxtel, die deze discussie is gestart. Enkele deelnemers aan deze discussie hebben mij gewezen op de ongepastheid van deze opmerking. Ik bied daarvoor mijn excuus aan en maak graag een nieuwe start in deze openbare discussie. Waarbij ik het wil hebben over de inhoud, want daarover is volgens mij tot op heden nog onvoldoende gesproken.
    De Vrede van Utrecht is een door inhoud gestuurde, onafhankelijke organisatie die van gemeente en provincie Utrecht de opdracht heeft gekregen om duurzame nieuwe verbindingen te ontwikkelen tussen culturele instellingen en andere sectoren in stad en regio met als eindpunt de herdenking van 300 jaar Vrede van Utrecht. Aanpak en programma genieten inmiddels een breed politiek draagvlak. Tweede opdracht is om Utrechts kandidatuur Culturele Hoofdstad van Europa 2018 vorm te geven. De stichting wordt bekostigd vanuit algemene middelen en houdt op te bestaan na 2013.

    Volgens sommige bijdragen aan de discussie gaat de Vrede van Utrecht vooral over een te dure en te grote organisatie en over veel geld voor een in hun ogen onbelangrijke en vooral onculturele herdenking en toekomstambitie. Ik snap heel goed dat in tijden van bezuiniging op cultuur de spanningen oplopen. Die bezuinigingen treffen tal van partijen waarmee we samenwerken en evenzeer ons. Dat gaat niemand in de koude kleren zitten. Maar ik vind de kritiek veel te kort door de bocht en ik wil proberen daar iets tegenover te zetten.

    De opdracht tot het organiseren van een herdenking van de 15 maanden durende Europese top die op 11 april 1713 leidde tot het Vredesverdrag van Utrecht is voor mij interessant vanwege zijn historische betekenis, maar meer nog door zijn eigentijdse en actuele lading. Die opdracht gaat over the art of making peace, over het belang van Europees burgerschap, en over de vraag hoe je ondanks de grootste meningsverschillen toch naar een zelfde doel kunt streven (ik hoop dat we dat ook met deze discussie bereiken). De uitgangspunten zijn verwoord in onze ‘Utrecht Principles’ – de kracht van diversiteit, de kracht van kunst en cultuur en de kracht van het uitwisselen van kennis voor een veerkrachtige, vernieuwende samenleving.
    Kunst en cultuur spelen in het programma van de Vrede-herdenking vanaf het begin een centrale, stimulerende rol: we willen daarmee engagerend, agenderend en verbindend zijn. De artistieke opvatting van de Vrede is gestoeld op het belang van kunst voor een samenleving en op de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de kunstenaar. De kunstenaars, denkers en instellingen waarmee de Vrede in samenwerking was, is of gaat, zijn voor het merendeel bezig met bruggen bouwen, lokaal of internationaal, ieder vanuit zijn of haar eigen bevlogenheid en expertise. Stichting Vrede van Utrecht richt zich al jaren vanuit het culturele uitgangspunt doelbewust op sectoroverschrijdende programma’s. We zijn trots op het grote maatschappelijke netwerk dat we via en rondom onze culturele programma’s hebben opgebouwd, we zijn trots op de steeds nauwere relatie vanuit onze culturele programma’s met de universiteit, met de onderwijssector, met het bedrijfsleven, met de sportsector, met de erfgoedsector, etc.

    Deze zoektocht is dienstbaar en uiterst relevant voor de culturele sector juist ook in deze lastige periode. De programma’s voor 2013 en 2018 zijn een pleidooi voor het belang van kunst en cultuur voor een veerkrachtige samenleving. En het feit dat deze programma’s zijn geïnitieerd door stad en provincie Utrecht maakt van deze regio een enclave die moedig blijft kiezen voor kennis en cultuur.

    Met zijn allen werken we er aan dat Utrecht in Nederland en straks in Europa opvalt met een uniek en bijzonder cultureel programma. Het is een zoektocht om met elkaar te komen tot gedeelde uitgangspunten. Soms heeft een plan meer tijd nodig, sluiten aangedragen ideeën niet aan bij de thematiek, maken we keuzes of ontbreken simpelweg de budgettaire mogelijkheden. Wij zorgen dat het vliegwiel blijft draaien, we scheppen de kaders en coördineren, en we stellen alles in het werk dat Utrecht in 2013 en daarna in de schijnwerpers staat. De samenwerking waarin het programma uiteindelijk tot stand komt, maakt zaken mogelijk die voor een kunstenaar of organisatie afzonderlijk moeilijk te realiseren zijn. Het werkt echter alleen als dit een streven is van ons allemaal, in gezamenlijkheid. De viering van 300 jaar Vrede van Utrecht en de ambitie Culturele Hoofdstad van Europa 2018 zien wij als een gezamenlijk project en een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Je kunt aan de kant blijven staan, je kunt het kritisch beschouwen en je kunt er aan meewerken. Wij nodigen iedereen bij deze opnieuw uit zich aan te sluiten en met ons in gesprek te gaan. In een direct gesprek of via dit discussieplatform..

    Peter de Haan
    directeur stichting Vrede van Utrecht

    • 12 Rob van der Hilst 07/02/2012 om 2:14 pm

      Mag ik een andere, aanvullende suggestie doen op het voorstel van Vrededirecteur Peter de Haan, aan het slot van zijn discussiebijdrage geformuleerd (waarmee ook nog eens een andere vlieg wordt gevangen, namelijk exit-beslotenheid)?

      Namelijk door binnenkort, náást de gebenedijde communicatiemogelijkheden van deze blog, een bijeenkomst te houden (‘Vrede&2018café’, bijvoorbeeld in vernieuwingscentrum de Kargadoor, Oudegracht 36) voor Vrede-officials, creatieven uit het Utrechtse en welke cultuur-geïnteresseerden dan ook.

      Dit om tot afstemming te komen tussen reële makers van kunst en cultuur alhier – de ‘stronteigenwijzen’ zoals Grand Lady Jetta Ernst de creatieve sector eens liefdevol aanduidde – en de organisatoren van het beoogde schoons dat in 2013 en 2018 (denk ook nog even aan 2022: Utrecht dan 900 jaar stad!) overal in provinciehoofdstad en provincie ontvouwd zal gaan worden.

      Andere knelpuntje (nou ja -pje?) is dat ‘2013’ en ‘2018’ buiten de kring van geïnstitutionaliseerde ‘usual suspects’ – voorop: gemeente- en provinciebestuur, volksvertegenwoordiging en ambtenarij – eigenlijk nauwelijks leeft. Alle ongetwijfeld goedbedoelde en goedbedoelende opvattingen en activiteiten (start in januari 2012 pas van een pormotiecampagne voor ‘2013’) ten spijt.

      Doen? De Kargadoor voelt er in elk geval voor, En een sponsor (zaalhuur) is inmiddels al gevonden. Dus….

  12. 13 Wessel Wensink 07/02/2012 om 2:33 pm

    Als individu die geen onderdeel is van een (gesubisdeerde) culturele instelling, werd ik op basis van een aanpassing van de 1 dag geen oorlog campagne (sms vrede aan naar 1313/wegens succes verlengd, etc.) uitgenodigd voor een gesprek.
    Dit na vele emails en vriend toevoegingen op facebook (god know’s why, maarja ik ben als individu wel gebaat bij een netwerk).

    Ik heb al vroeg kennis gemaakt met de vrede van utrecht, dankzij mijn vroegere werkzaamheden als gids bij de domtoren. Maar de activiteiten hadden een voor mij veelal stoffig imago, hierin is na VJ op de Dom enigzins verandering gekomen…

    Andre geeft aan in zijn reactie het gevoel te hebben dat de activiteiten hem gepaseerd zijn en ik denk dat dit voor vele Utrechters het geval is. Ik wil hierbij geen “linkse hobby” dicussie aanswengelen en waardeer de inzet van de vrede binnen het onderwijs.
    Sidney Vollmer geeft aan dat grote groepen creatieven/kunstenaars weinig van hun ideeen terug vinden in het de activiteiten georganiseerd of ondersteund door de vrede.

    Ik kan me hierbij aansluiten. Ik weet inmiddels dat de “ik ben 18” campgne pas van start is gegaan en dat deze bedoeld is de kandidaatstelling voor CH’18 te doen laten leven bij de inwoners van deze prachtige stad.

    Terugkomend op mijn gesprek bij de vrede. Vol verwachting en met vele ideeen begon ik het gesprek. Er werd mij kenbaar gemaakt dat er interesse was om met weinig financiele middelen Utrecht 2018 te doen laten leven. Ook werd aangegeven dat er samewerking zou worden gezocht met bijvoorbeeld de vechtclub en kytopia. Ik persoonlijk heb verder echter niks meer vernomen. Dit maakt mij niet veel uit, maar wel als Brabant of Den Haag in 2018 de CH worden!

    Nu vindt ik FC Utrecht ook veel beter dan Ajax en dus weet ik niet zeker of ik hier de plnak niet volledig misla, maar Utrecht moet het toch gewoon worden in 2018? en daar gaan we toch gewoon keihard voor knokken?

    Ik ben in ieder geval voor! Maar hoop ook dat buiten de schouwburg, musea en andere instellingen plaats is voor de rest van Utrecht.

    Naast de Vechtclub en Kytopia gebeurd er namelijk nog veel meer dat in de spotlight geplaatst kan worden (denk aan de cult dealer enzo/nachtelijk buitenspelen, setup, vers vermaak/stekker, de utrechtse kabouter, triomf, onze nachtburgemeesters, born digital, fiber, freemote,elevations event, etc.

    Bovenstaand lijstje kan ieder persoonlijk aanvullen tot oneindige waslijst! In het nachtleven/ de jongerencultuur gebeurd zoveel en dit zijn echt niet alleen nachtelijke feestsjes die geen daglicht verdagen!

    Ik hoop dat ik niet tever buiten bovenstaande discussie zit, maar in afgelopen NL30 was de eigenaar van de sluitende Monza aan het woord. Tivoli en anderen (veelal met subsidie) mogen in de stad hun activiteiten promoten, andere partijen niet. Vredenburg Leidsche Rijn werd koste wat kost levend gehouden. Ik zie/voel enige overeenkomten met de vrede. Werken veelal samen met gevestigde namen, vergeten hierbij ruimte te scheppen voor nieuwe ontwikkelingen en nieuw talent te stimuleren.
    Communiceren groots (tegen welke kosten?) via de gebaande paden, maar wie bereiken ze?

    LO
    VE

  13. 14 Geert van Boxtel 07/02/2012 om 4:07 pm

    Aan alle schrijvers van reacties op dit blog en de (talrijke) lezers,
    mijn hartelijke dank voor alle bijdragen aan de discussie. De afgelopen week heb ik -op dit platform en op andere- gemerkt dat dit onderwerp leeft, veel meer dan ik initieel dacht.

    Zeker had ik eerder willen reageren dan nu. De allereerste reactie van Peter de Haan maakte dat ik besloot dat niet te doen. De redenen daarvoor heb ik hierboven denk ik afdoende uit de doeken gedaan en ik heb niet de behoefte daar nu -met de excuses van Peter de Haan én een aangekondigde ‘nieuwe start’- nog woorden aan vuil te maken.

    Nu wil ik louter constateren dat in elk geval de openheid waar dit onderwerp -kennelijk- om vroeg, een plek heeft gekregen. Mij valt op dat de wens om zowel de viering van De Vrede van Utrecht in 2013 én de ambitie om Utrecht in 2018 Culturele Hoofdstad te maken, breed gedeeld wordt, ondanks de kritiek van mij en anderen. In de woorden van Ingmar Heytze: we willen allemaal precies hetzelfde. Ik wil de wens uitspreken dat dit blog daaraan positief bijdraagt.

    Zeker zal ik nog een inhoudelijke bijdrage leveren aan het debat, op dit platform én elders. Voor dit moment beperk ik me tot de rol van ‘moderator’ (in de zin dat ik dit blog beheer) en vraag daarbij begrip voor het feit dat ik niet permanent online ben om uw reactie(s) te plaatsen.

    Met hartelijke groet,
    Geert van Boxtel


  1. 1 Digitale discussie rond ‘Onvrede van Utrecht’ | De Utrechtse Internet Courant Trackback op 01/02/2012 om 10:49 am
  2. 2 Het robuuste kasteel of het open stadsplein « Geert van Boxtel Trackback op 02/03/2012 om 4:23 pm
  3. 3 Cultuur in Utrecht ná 2018 – de paradox « Geert van Boxtel Trackback op 09/01/2013 om 11:20 pm
  4. 4 Cultuur in Utrecht na 2018 – het juryrapport « Geert van Boxtel Trackback op 10/01/2013 om 9:43 am

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




Geerts Twitter

Deze site


%d bloggers liken dit: