Het robuuste kasteel of het open stadsplein

De discussie over de Vrede van Utrecht die ik hier enkele weken geleden startte, leverde een aantal interessante reacties op. Zoals ik in mijn eerste tekst al schreef, was ik initieel van plan om meer te schrijven over de Vrede van Utrecht. Omdat die eerste tekst nogal wat reuring veroorzaakte (niet in het minst in mijn eigen agenda), volgt hier pas een vervolg. Ik wil hier ingaan niet zozeer op de inhoud van het programma, de visie die daar achter steekt of het belang van de Vrede van Utrecht voor de stad, maar over de wijze waarop de organisatie communiceert. Die andere thema’s zullen ongetwijfeld nog volgen, maar deze lijkt mij op dit moment het meest van belang.

Zonder afbreuk te willen doen aan de waarde van de andere reacties op dat eerste artikel, wil ik om te beginnen die van journalist Rob van der Hilst eruit lichten. Hij was de enige die een concreet vervolg op de ontstane discussie voorstelde: ‘… door binnenkort, náást de gebenedijde communicatiemogelijkheden van deze blog, een bijeenkomst te houden (‘Vrede&2018café’) (…) voor Vrede-officials, creatieven uit het Utrechtse en welke cultuur-geïnteresseerden dan ook.’
Een bijeenkomst van creatieven en cultuurgeïnteresseerden om zich uit te spreken over de Vrede van Utrecht. Op zich een min of meer logisch vervolg op de online-discussie: laten we in real life bij elkaar gaan zitten en het over de missie, de visie, het programma van de Vrede van Utrecht hebben. Maar -íets langer nadenkend over zo’n gesprek- borrelen de vragen op: wie zijn er op die bijeenkomst? Wie bepaalt dat? Wie zit het voor? Wie maakt de agenda? Waarom? Wat is de rol van Vrede van Utrecht op die bijeenkomst? Informeren of kritiek incasseren? Wat is het beoogde resultaat van de bijeenkomst?
Dit soort afwegingen zullen zo’n bijeenkomst en de totstandkoming ervan domineren. En een collectieve brainstorm zonder agenda, doel of structuur is zinloos. Het waarschijnlijke resultaat: een nieuw netwerkje met evenveel meningen als mensen. En -gesteld dat er uit die bijeenkomst iets als een samenhangend resultaat is te distilleren- wat is de status daarvan? En wat moet de Vrede daarmee? De Vrede van Utrecht is ‘eigen baas’ en dat is maar goed ook. Wanneer de organisatie haar oren laat hangen naar meningen van ‘een verzameling dramatisch gemotiveerde individuen’ (Ingmar Heytze), is het einde zoek.

Ik zie in de reacties op mijn blog wél een rode lijn die refereert aan wat Rob van der Hilst oppert: de constatering -vanuit verschillende perspectieven van de cultuursector- dat de verhouding tussen de Vrede van Utrecht en de stad Utrecht (met haar inwoners en haar grote creatieve gemeenschap) verbeterd kan worden. Sidney Vollmer schrijft: ‘Juist een overkoepelende organisatie als de Vrede van Utrecht kan vele kunstenaars samenbrengen’. Vollmer meent dat dat niet (of onvoldoende) gebeurt. Ook Bart Blijerveld, projectleider community art bij Het Wilde Westen, zegt iets belangrijks hierover: ‘Communiceren begint met luisteren. Luisteren naar wat er op straat en in de wijken allemaal voor moois gebeurd. En dan met die mensen en clubjes in gesprek gaan.
Communiceren is niet Marketing Van Eigen Organisatie.’
Daarmee wil ik niet suggereren dat de Vrede niet luistert of dat gesprek zelfs niet aangaat (en ik denk ook niet dat Bart Blijerveld dat bedoelt), maar dat goed communiceren meer is dan het presenteren van je organisatie en haar programma. Wat er ontbreekt is een openbare dialoog. Een gesprek, kennelijk onvoldoende gefaciliteerd door de Vrede zelf, waarbij zender en ontvanger gelijkwaardig zijn en van rol kunnen verwisselen.
Communicatie -marketing- is in dit tijdperk niet langer éénrichtingsverkeer, maar veel complexer en veelzijdiger dan het zo voordelig mogelijk presenteren van je eigen activiteiten en hopen dat dat zich vertaalt in positieve aandacht en bezoekcijfers. Marketing ís dat permanente, openbare gesprek met iedereen die zich aangesproken voelt en wil bijdragen. In elk geval voor een organisatie die zich ten doel stelt een een stad als Utrecht te inspireren en te mobiliseren.
De bijeenkomst die Rob van der Hilst voorstelt moet niet plaats vinden op een speciaal daarvoor georganiseerd moment op een fysieke plek met een beperkt aantal gekozen deelnemers. Dat gesprek moet plaatsvinden daar waar iedereen zijn eigen agenda, tijdsindeling en toon kan kiezen: het internet. Zoals ook Ingmar Heytze zegt is het van belang dat ‘makers zich uitspreken’ over wat dit voor de stad zo belangrijke evenement is of zou moeten zijn. Maar het platform daarvoor ontbreekt eenvoudigweg.
Naar mijn idee kan de Vrede haar website gebruiken om deze dialoog online te faciliteren. Sterker: ik denk dat dat héél verstandig is. Waarom zal ik hieronder proberen uiteen te zetten.

De huidige website van de Vrede van Utrecht is een ambitieuze poging om alle preoccupaties -thema’s, ideeën, partners etc- van de organisatie te tonen. Zoals Peter de Haan in zijn reacties op mijn blog al duidelijk uiteen heeft gezet, zijn er dat niet alleen heel veel, maar zijn ze ook zéér veelkleurig en cross-sectoraal. De website van de Vrede van Utrecht is een onoverzichtelijk amalgaam van alles waar de Vrede zich mee bezig houdt of mee bezig wil houden. Met alle gedegen afwegingen, doorwrochte theorievorming, motiveringen en verantwoordingen die men daarbij vindt horen.
De rol die de Vrede wenst te spelen in de stad wordt op de site zichtbaar als een kasteel dat boven diezelfde stad uittorent en haar schaduw eroverheen werpt. Wat er binnen de muren van het kasteel gebeurt, is niet geheim, maar wordt evenmin verduidelijkt. De boodschap die het kasteel uitzendt is: ‘wacht u maar geduldig af en heb vertrouwen: wanneer het moment daar is, laten we zien wat voor geweldigs we hier -binnen de muren van het kasteel waar zo nu en dan mensen binnen genood worden- voor u hebben bedacht.’ De zwaarte en het belang van het Verdrag van Utrecht uit 1713 is hier voelbaar; getransformeerd in een digitaal monument van aanzienlijke afmetingen maar relatief ondoordringbaar voor de burger. De belangwekkendheid wint het van de overzichtelijkheid; de politieke zwaarte van het thema en de belangen die de organisatie heeft, overheerst de communicatieve kracht.
Ik denk dat dat anders kan. De website van de Vrede kan eenvoudigweg een fris nieuwskanaal zijn over alles wat er relevant is voor de stad binnen het kader van de viering van de Vrede van Utrecht. Al die content die er nu te vinden is -geredigeerd of speciaal ontworpen om de site te vullen- zou ingebed kunnen zijn in dit up-to-date journaal. En dat journaal hoeft niet louter door de Vrede zelf gemaakt te worden. Bij voorkeur niet zelfs: het is beter dat je van je vrienden hoort dat de bakker op de hoek lekker brood bakt dan van die bakker zelf.
Alle partijen die zich verwant voelen met het thema (en dat zijn er nóg meer dan in de opsomming die Peter de Haan geeft) kunnen een eigen plek vinden op deze site, onafhankelijk of zij nu financieel ondersteund worden door de Vrede. Laat Utrechtse organisaties zélf hun positie kiezen binnen het kader van de viering van de Vrede van Utrecht in 2013. Laat een twitterfeed tonen wat er voor relevants gebeurt ín en buiten de stad, gebaseerd op relevante thema’s en personen. Laat iedereen die zich geroepen voelt content leveren: blogs schrijven, filmpjes of foto’s uploaden, discussies starten en reageren. Maak van de site een online-community. Een community die niet ontstaat vanuit de content die de organisatie van de Vrede zelf maakt (over zichzelf), maar die organisch groeit uit datgene wat iedereen die zich betrokken voelt binnen dat kader kwijt wil (binnen bepaalde elementaire maatschappelijke normen). De enorme lijst met partners van de Vrede -nu goeddeels onzichtbaar- zou een mooie start vormen voor het realiseren van deze plek waar mensen elkaar vinden om elkaar te inspireren, elkaar te ondersteunen en zaken voor elkaar te krijgen. Dat is vele malen krachtiger dan het managen van een website waar steeds maar weer die content moet worden georganiseerd, geredigeerd en gepubliceerd. Dat moet óók, maar middenin een permanent, veelstemmig discours dat wijd uitwaaiert over wat de Vrede is en zou kunnen zijn.
De Vrede is dan niet meer de schepper van haar eigen universum, maar het natuurlijke centrum van de enorme cirkel waarbinnen zij zich heeft gepositioneerd. En daarmee verandert de rol van de organisatie: van bewaker van de ophaalbrug naar het kasteel wordt het de beheerder van het stadsplein.
Een belangrijk voordeel van dat vrij toegankelijke stadsplein is dat het de angel haalt uit de kritiek van die kunstenaars en organisaties die zich onbegrepen of genegeerd voelen door de Vrede. Het onderscheid van wel of niet onderdeel zijn van het strak omlijnde programma van de Vrede verdwijnt doordat dat niet meer gemotiveerd wordt door de financiele keuzes die de Vrede moet maken. De volledige breedte van Utrechtse initiatieven die zich op een inhoudelijk zinvolle wijze tot het thema verhouden, kan een plek krijgen.

De Vrede van Utrecht neemt begrippen als co-creatie, participatie of eigenaarschap serieus. En terecht. Kunst in onze tijd mag zich niet uitsluitend concentreren op de presentatie van het briljante eindresultaat van een onzichtbaar, mysterieus werkproces maar moet dat proces zelf openbreken op een wijze die het toestaat niet-ingewijden te laten meekijken of meedoen. Maar deze procesmatige visie op kunst en cultuur kan verder doorgetrokken worden. Het eigenaarschap dat zo’n centrale rol speelt in community arts, is prima toepasbaar op de organisatie van de Vrede van Utrecht zélf. Co-creatie wordt dan van een abstracte term die onderdeel uitmaakt van de agenda, een uitgangspunt die die agenda mee bepaalt en ontwikkelt.
Peter de Haan onderschrijft dit gegeven eigenlijk: ‘De viering van 300 jaar Vrede van Utrecht en de ambitie Culturele Hoofdstad van Europa 2018 zien wij als een gezamenlijk project en een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Je kunt aan de kant blijven staan, je kunt het kritisch beschouwen en je kunt er aan meewerken. Wij nodigen iedereen bij deze opnieuw uit zich aan te sluiten en met ons in gesprek te gaan. In een direct gesprek of via dit discussieplatform.’
De stap die de Vrede zou kunnen zetten om deze woorden werkelijkheid te laten worden, is dit gegeven tot op alle nivo’s van haar organisatie door te laten werken. Dat dit (nog) niet het geval is, blijkt uit de woorden van een aantal mensen die reageerden op mijn stuk. Rob van der Hilst:
‘Als er één indruk is die zich spontaan opdringt (…) dan is het wel dit: dat ook een internationaal-gerichte herdenkingsmanifestatie als de Vrede van Utrecht in 2013 ook/echt ‘van ons’ dient te zijn.
En dat met ‘ons’ niet alleen gericht wordt op instellingen maar ook/vooral op makers van kunst en cultuur in provinciehoofdstad Utrecht en in de provincie Utrecht zelf.’
En even verderop:
‘Als de Vrede van Utrechtorganisatie die ook ‘Utrecht2018′ organiseert, deze brede dimensie echt weet te verduidelijken aan de creatieve sector, niet uitsluitend via de welgebaande communicatiekanalen en -formats, om mede hierdoor iedereen in stad en provincie ‘mee te nemen’ dan is breed draagvlak het bijna automatische gevolg ervan.’
Ik zou hierin nog verder willen gaan: de Vrede zou dat eigenaarschap niet alleen met de door Rob centraal gestelde creatieven moeten (willen) delen, maar met de hele Utrechtse bevolking én alle wereldburgers die dat wensen. Open source, participatie, co-creatie, community: belangwekkende termen die in relatie staan tot elkaar en op dit moment in onze hele maatschappij -heel zichtbaar in bijvoorbeeld de politiek en de journalistiek- tot grote verwarring leiden. We zijn los komen te staan van veel bestaande, vertrouwenswekkende verbindingen uit het verleden en hebben de nieuwe knooppunten nog niet gevonden. Social media vervullen zeker een cruciale rol in het openbreken van die bestaande structuren in onze maatschappij maar leggen ook nieuwe verbanden tussen mensen, belangrijke thema’s en kennis.
Het ontwikkelen van deze nieuwe verbindingen is één van de oogmerken van de Vrede maar social media worden door de organisatie niet goed genoeg benut. Weliswaar is er een facebookpagina en een twitteraccount, maar die lijken in dienst te staan van het zenden van de boodschap en worden nauwelijks gebruikt om boodschappen te ontvangen en de dialoog aan te gaan. En, zo weet deze twitteraar, een account van een organisatie wordt pas echt interessant wanneer die geflankeerd wordt door accounts van mensen die er werken. Medewerkers die op persoonlijke wijze communiceren over hun werk en hun commitment aan de organisatie en haar kernwaarden. Hoe meer mensen er uit de organisatie, en dan juist ook de zichtbare, ‘belangrijke’ mensen uit die organisatie zich manifesteren op social media, hoe geloofwaardiger de boodschap. Dat de marketingafdeling die het account van de organisatie beheert, positieve boodschappen uitzendt, is niet meer dan business as usual. Voor zover ik nu kan zien echter, is er naast de account van de organisatie zelf alleen die van één van haar jongste medewerkers.

Wat de kracht van social media aangaat, is de start van deze discussie een goed voorbeeld. Een kritisch artikel op een matig bezocht blog en wat tweets van mij -een relatieve buitenstaander- gaf enige weken geleden in eerste instantie aanleiding tot een gepikeerde reactie van de Vrede van Utrecht. Nadat de organisatie zich realiseerde wat er aan de hand was, verscheen er enkele dagen lang geen enkele tweet van de Vrede en stond de twitterfeed op haar eigen site stil. Ik moet gissen naar de reden daarvoor, maar ik vermoed dat men bang was dat er meer kritiek vanuit dit vreemde, pijlsnelle en oncontroleerbare medium zou volgen. Van mij of van anderen.
De discussie die nu op mijn blog ontstond, toont eerst en vooral de kwetsbaarheid van de Vrede -en overigens van elke andere organisatie- op het vlak van social media. Had de Vrede zich daar van meet af aan op open wijze gemanifesteerd, dan was dit debat er helemaal niet geweest. Niet nu pas tenminste, en niet op deze wijze. Dan was dit debat -al jaren eerder- op het ‘stadsplein’ van de Vrede zelf begonnen. Op dat online stadsplein, geplaveid en onderhouden door de Vrede van Utrecht, waar de directeur zomaar de werkloze ontmoet. En waar de wetenschapper de politicus spreekt, de kunstenaar de criticus van repliek dient en de Nederlander de buitenlander leert kennen. En waar al deze mensen samen in alle openheid en vertrouwen bediscussiëren hoe Utrecht in 2013 zich van haar beste kant kan laten zien.

Advertenties

5 Responses to “Het robuuste kasteel of het open stadsplein”


  1. 1 Karin Boelhouwer (@KarinBoelhouwer) 03/03/2012 om 12:23 pm

    Lezenswaardig stuk! Ik mis een button m t te delen, of kijk ik gewoon niet goed!

  2. 2 Geert van Boxtel 03/03/2012 om 1:56 pm

    Goed punt. Ik zal er eens naar kijken hoe dat werkt…
    Via Twitter of een linkje kun je het uiteraard altijd delen.

  3. 3 Geert van Boxtel 03/03/2012 om 2:03 pm

    Ok. Je kunt dit blog vanaf nu ook delen met Twitter, Facebook en LinkedIn.

  4. 5 Peter de Haan namens Vrede van Utrecht 09/03/2012 om 2:54 pm

    In de blogdiscussie rond de ‘Onvrede van Utrecht’ schreef initiatiefnemer Geert van Boxtel afgelopen week een mooi pleidooi voor een open gedachtewisseling (in de vorm van een online stadsplein) rond thematiek en programma van de Vrede van Utrecht. Hij haalt daarbij terecht een citaat aan van mijn hand: De viering van 300 jaar Vrede van Utrecht en de ambitie Culturele Hoofdstad van Europa 2018 zien wij als een gezamenlijk project en een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Wij nodigen iedereen bij deze opnieuw uit zich aan te sluiten en met ons in gesprek te gaan.

    Tegelijk toont het lichtelijk kafkaeske beeld dat hij schetst van de Vrede als een kasteel dat boven de stad uittorent en haar schaduw eroverheen werpt aan, hoe moeilijk het blijkbaar is om die door mij en hem gewenste openheid te realiseren. Het hele activiteitenprogramma van de Vrede in de afgelopen jaren is doorspekt van de rondetafelgesprekken en wemelt van de ondersteuning van Utrechtse cultuurinitiatieven in de breedst mogelijke zin. Afgelopen vrijdagavond nog mocht ik te gast zijn bij een zogenaamde ‘wijktafel’ in Rotsoord waar op uitnodiging van Utrecht Manifest en Vrede van Utrecht een 25-tal kunstenaars ervaringen uitwisselden over hun werken in de wijken. Onze werkwijze is en blijft verbinden, aanjagen, stimuleren en vernieuwen.

    Ook bij het verzamelen van ideeën voor het bidbook voor Utrecht2018 hebben we doelbewust van meet af aan een open source-methode gehanteerd: we schrijven dat bid niet met een paar ‘deskundigen’ van achter een bureau, maar in inmiddels tientallen workshops en vele gesprekken (we zijn de tel kwijt) werden zo’n 1500 instellingen en mensen naar hun mening en inbreng gevraagd. Dat leverde ruim 200 bruikbare ideeën op. Een selectie daarvan wordt op dit moment gebruikt voor een verhaal dat hout snijdt voor Utrecht en voor Europa. Op het komende Utrecht2018 Café op 25 maart a.s., tijdens de Culturele (koop)Zondag Kijken, kijken, kopen, bieden we weer een kijkje achter de schermen. Maar Culturele Hoofdstad is een wedstrijd dus we moeten voorzichtig zijn met de informatie die we publiek maken en inderdaad, het is een door ons geregisseerde bijeenkomst.

    Het uitgangspunt van co-creatie is niet zonder risico. Het levert het gevaar op van een waterig imago. Met direct daaropvolgend een legitimiteitsvraag. Waar gaat die Vrede eigenlijk over, waar dient die Vrede eigenlijk voor. In het werken met en via partners moet die legitimatie ook van partners komen, want inderdaad: het is beter dat je van je vrienden hoort dat de bakker op de hoek lekker brood bakt dan van die bakker zelf. Onze ervaring is echter dat dat niet vanzelf gaat. Het belang van al die partners gaat simpelweg niet over de Vrede van Utrecht. Het verbindende verhaal zal dus elders moeten worden verteld ‘met alle gedegen afwegingen, doorwrochte theorievorming, motiveringen en verantwoordingen’ die wij daarbij vinden horen.

    Desalniettemin nemen we de oproep voor een grotere mate van interactiviteit die de ondertoon van deze discussie vormt serieus. We waren achter de schermen al hard bezig onze website onder handen te nemen en meer ruimte voor opinie en debat te creëren. Dit omdat de programmamakers van de Vrede zelf de behoefte hebben om tijdens de ontwikkeling van hun projecten meer van hun ervaringen te kunnen delen en het proces van co-creëren met partners te tonen. Deze discussie bevestigt die noodzaak daarvan. Een en ander is op dit moment in ontwikkeling, dit vergt enige tijd.

    Tot slot: vrede is niet alleen ‘eten met muziek’, zoals Lucebert dichtte, maar vooral ook een dynamisch begrip, wat we in al onze programma’s willen tonen. Het draagt niet voor niets de overkoepelende titel ‘The art of making peace’. Voor vrede moet je elke dag knokken, onvrede is een constante motor. De viering van 300 jaar Vrede van Utrecht in 2013 is geen pleidooi voor het vermijden van conflicten. Wat we vieren is het menselijke vermogen om een crisis vol conflicten te benutten voor een volgende stap, voor verandering, vernieuwing zo je wilt. De basis van een vreedzame samenleving is veerkracht, die weer gebaat is bij respect voor verschillen, voor creativiteit en kunst, en voor een open uitwisseling van kennis.

    Wij blijven dus ook zeer geïnteresseerd in initiatieven voor het gesprek hierover en over de kunst en cultuur in Utrecht. Alleen kunnen en willen wij daar niet de regie over voeren.

    Peter de Haan
    Intendant


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




Geerts Twitter

Deze site


%d bloggers liken dit: