The Night of the Unexpected

De donderdagavond van de Muziekweek die zich vanaf zondag 2 september in Utrecht afspeelt, is steevast ingeruimd voor het ijzersterke concept van The Night of the Unexpected. Een veelvoud aan stijlen en musici worden aaneengeregen in een doorlopend programma dat volgens initiatiefnemer Roland Spekle twee uitgangspunten kent: niemand speelt langer dan 15 minuten en niemand speelt op het podium. Deze principes werden in elk geval in deze editie iets minder rigide gehanteerd: het podium van het Utrechtse Tivoli werd wel gebruikt en alle acts duurden 20 minuten. Maar het idee is duidelijk: een bonte stortvloed aan muziekstijlen en -vormen in een al even diverse reeks aan uitvoeringssituaties. Het publiek wordt meegenomen naar ver van elkaar verwijderde muzikale werelden, waar de context van deze avond -musici spelen zéér dicht bij en tussen het publiek- de katalysator is om de grote afstanden te overbruggen.

Toevallig of niet, opvallend was dat er een grote rol voor strijkers was weggelegd deze Night. Het strijkorkest van het Conservatorium van Amsterdam ging vooraf aan Zapp 4 en Monica Germino’s vioolsolo; het jazztrio van Kapok deelde het podium met het strijkkwartet Ragazze. Een helse streep door de hele avond zoals het Noorse Killl die twee jaar geleden met hun straaljagermetal veroorzaakte, ontbrak deze keer. De subtiliteit van de strijkers was helaas niet altijd even goed besteed aan het publiek, dat al vroeg rumoerig werd wat de concentratie voor sommige stukken niet verhoogde.

Toch mocht dat ook de pret van deze editie van de Night of the Unexpected niet drukken. Zonder meer indrukwekkend was de performance van Monica Germino, voor wie Annie Gosfield een stuk schreef. Long Waves and Random Pulses is geïnspireerd door radiogolven uit de Tweede Wereldoorlog die als geluidsbasis fungeren voor de vioolsolo die Gosfield erop componeerde. Germino zoekt met haar viool de frequenties van de gereproduceerde radiogolven waardoor de suggestie ontstaat dat haar klanken ter plekke uit de lucht worden geplukt. De romantisch aandoende, markant gestreken passages doen soms even denken aan een Beethovensonate, die ongetwijfeld tussen 1940 en 1945 ergens de ether zal hebben vervuld met hoop en verwachting. Dan weer schrijft Gosfield schreeuwende, gierende passages, als de angstkreten die destijds menig Europese stad vulden. Het stuk was een treffend eerbetoon aan de radiogolven van lang vervlogen tijden, die zoveel verborgen -en lang vergeten- klankwerelden herbergen.

Daarvóór was het de beurt aan de jonge strijkers van het Conservatorium van Amsterdam die een stuk van de jonge Poolse componist Andrzej Kwiecinski ten gehore brachten. Tergend langzame schuivende glissandi, kwarttoonharmonieën en elementaire melodische motieven brachten een voortdurend in disbalans verkerend klankveld tot stand, zo nu en dan onderbroken door een wat meer ritmische passage. Umbrae B luidt de titel van het voor de Gaudeamusprijs genomineerde stuk, ongetwijfeld verwijzend naar de grijze schaduwen die zijn klankvelden genereren. Een andere voor de Prijs genomineerd stuk opende de avond: het Microphone Quartet van de Rus Sergey Khismatov dirigeerde de vier met een veiligheidsmasker getooide leden van Slagwerk Den Haag een midden in de zaal opgestelde piano in, gewapend met elk een microfoon. Een even onrustbarend als compromisloos electro-percussieve klank resulteerde uit het schuiven, schrapen en hameren met de microfoons op het binnenwerk van de piano. Niet altijd even interessant wat betreft klank, maar wel een mooie opening van een avond waarop sonische grenzen worden verkend.

Kyteman-hoornis Morris Kliphuis revancheerde zich deze avond op zijn eerdere aanwezigheid in de Muziekweek met het fletse en ietwat stuurloze Space Opera dat dinsdagavond in de Leeuwenberghkerk te horen was. Nu trad Kliphuis zelfverzekerd aan met zijn eigen trio en voor de gelegenheid voorzien van het Ragazze Kwartet. Zijn toon is fraai en met name de eerste stukken die werden gespeeld, hadden een zekere eigenwijze stijl, vooral ingegeven door de klank van het trio, naast de hoorn van Kliphuis, bestaande uit gitaar en drums.

De meest eigenzinnige bijdrage van de avond was van trompettist Nate Wooley. Spelend zonder mondstuk en voorzien van effectapparatuur en een versterker, zocht hij de uiterste klankmogelijkheden van zijn instrument. Eén lange, intense improvisatie die uitermate boeiend bleef door de grote intensiteit van Wooleys spel, ingeleefd vanuit een muzikale conceptie waar de buitenstaander alleen maar naar kan gissen. Het contrast met de Radiohead arrangementen die Zapp4 daarna ten gehore bracht, kon nauwelijks groter. Hoewel de zaal positief reageerde op de -overigens als immer uitstekend spelende musici van Zapp4- kon dit onderdeel mij minder bekoren. Voor mij gold het optreden als het -zoveelste- bewijs dat pop zich zelden goed laat arrangeren naar een klassiek instrumentarium.

Michael Gordons Timber wordt uitgevoerd op zogenaamde simantra’s, houten blokken die als muziekinstrument werden geïntroduceerd door Iannis Xenakis en waar Bang on a Can-lid Michael Gordon mee kennis maakte via Slagwerk Den Haag, die hier nu zijn stuk spelen. Het aanwezige publiek liet de aanzwellende, over elkaar heen schuivende klanklagen weldadig over zich heen rollen; het geroezemoes in de zaal volledig verstomd door het hypnotiserend effect dat de zes musici met hun permanent uit fase lopende, pulserende houtklanken tot stand wisten te brengen. Timber is niets minder dan in een hit in het minimale repertoire. Een andere potentiële hit, maar dan in een heel andere uithoek van het muzikale spectrum, is Jesca Hoop. Een stem als een klok, nét ongrijpbare liedjes met intrigerende gitaarminiatuurtjes als begeleiding en een verschijning waar menigeen íets langer naar blijft kijken, was haar liedjesrepertoire een aangenaam contrapunt in de abstractie die de avond overheerste: ergens in de buurt van de neofolk van Devendra Banhart of Coco Rosie, maar eenvoudiger en aardser. De avond sloot met een stijlbreuk (!) af met de Brabantse Mitchel van Dinther die als Jameszoo hiphop, tropische klanken, jazz en abstracte samples mixt en remixt. De vaak kale, maar toch broeierige sound van zijn werk doet hier en daar denken aan de wat soberdere stukken van producer Flying Lotus. Van Dinther excelleert vooral in datgene wat hij suggereert: steeds onthoudt hij het publiek essentiële muzikale bouwstenen en laat zo een verwachting in stand die niet wordt ingelost. Een fraaie formule die naar meer smaakt maar in de hoedanigheid van afsluiter van deze avond ietwat ondankbaar leek.

Advertenties

0 Responses to “The Night of the Unexpected”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




Geerts Twitter

Deze site


%d bloggers liken dit: