Cultuur in Utrecht ná 2018 – citymarketing, cultuur en evenementen

Genoeg nu over de mislukte campagne van Utrecht om Culturele Hoofdstad 2018 te worden. Het zij zo. Verantwoordelijken worden bevraagd, kennis en inzicht over deze blamage krijgen hopelijk een goeie plek in het zelfbeeld van de stad en iedereen gaat weer over tot de orde van de dag. Voor wat betreft de culturele instellingen die hun beleid hebben gericht naar de programmalijnen van Utrecht 2018: zij krijgen hopelijk de vrijheid om deze programmalijnen -binnen de beschikbare mogelijkheden- naar eigen inzicht in te richten. Er komt in elk geval -en zou ik willen toevoegen: goddank- géén nieuwe cultuurvisie die de piketpaaltjes weer ergens anders de grond in wil slaan. Daarmee is waarschijnlijk de belangrijkste valkuil ontweken: die van overschatting van de veerkracht van de Utrechtse instellingen in relatie tot opportunistisch ondernemerschap van organisaties in en rondom de cultuursector. Maar de Utrechtse plannenmakers hebben een probleem: de stad moet op de kaart gezet worden. Nu dat niet met de profilering van de Culturele Hoofdstad 2018 zal gaan gebeuren, worden er nieuwe mogelijkheden verkend. Zo wil Utrecht de start van de Tour de France binnen de stadsgrenzen halen en werd er onlangs geroepen om de terugkeer van Serious Request (dat ooit haar start maakte op de Neude). Projecten als deze -met veel positieve publiciteit en drommen publiek- zijn goed voor de economie en een positieve profilering van de stad- zo is de gedachte.

Politici en (city)marketeers zijn niet voor één gat te vangen. De stad moet en zal geprofileerd worden en de vraag hoe dat moet gebeuren is van minder belang. Grote, ambitieuze en in het oog springende projecten -ingekocht of niet- zijn favoriet. Lukt het niet met cultuur, dan wel met racefietsen of een populair radioprogramma. Komend voorjaar staan de Jeugd Olympische Spelen op de agenda: een internationaal evenement dat Utrecht wél heeft weten binnenhalen. Laat u zich niet foppen. Onder het motto van Culturele Hoofdstad is de afgelopen jaren een groots project opgetuigd dat in naam een culturele boost voor de stad moest worden. Nu het artistieke fineerlaagje al te gemakkelijk van het bidbook werd gekrabd door de internationale jury van Culturele Hoofdstad 2018 vinden politici en citymarketeers waarschijnlijk weer een andere ambitie. En reken maar: de middelen die beschikbaar waren gesteld om de culturele hoofdstad ambities vorm te geven, worden net zo gemakkelijk ingezet om andere, minder ‘nobele’ activiteiten binnen te halen. Cultuur heeft nooit díe centrale plek gehad in de ontwikkeling van de Utrechtse plannen voor 2018 die je mag verwachten, zoveel is duidelijk. Als er al een doel was geformuleerd voor 2018 dan gold dit het realiseren van een groots politiekmaatschappelijk project, veel publiciteit en economische spinoff daarvan. Van een visie op de culturele ontwikkeling van de stad is weinig gebleken.

Uit de plannen om de Tour de France of Serious Request binnen te halen blijkt ook vooral de drijfveer om Utrecht ‘op de kaart te zetten’, zoals men dat zo graag noemt. Kortzichtigheid is daarbij troef. Wie denkt dat de start van de Tour de France een positieve bijdrage biedt aan het beeld van onze stad, denkt niet erg ver vooruit en is ook niet behept met de voelsprieten om de merkwaardige tijd waarin we leven goed aan te voelen. De ontmaskering van de beste wielrenner ooit als de meest succesvolle oplichter die de sportwereld ooit heeft gekend is niet een nieuwsberichtje dat weer overwaait. Het profwielrennen in déze vorm is passé. Dat wil geenszins zeggen dat er de komende jaren niet nog geregeld massa’s mensen komen kijken naar in groepsverband voorbijfietsende junkies zoals de erfgenamen van Lance Armstrong, maar als sportevenement is het gedaan. Een stadsbestuur als dat van Utrecht doet er verstandig aan zich niet te willen profileren met een tak van ‘sport’ waarin corruptie, schijnheiligheid en gemarchandeer met de gezondheid van mensen worden verkocht als potentieel legendarische bovenmenselijke prestaties. Iets met normen, waarden en voorbeeldfunctie. Het ludieke feestje van het internationale dopingcircuit uitnodigen in je stad is eenvoudigweg niet zo’n heel erg goed idee.

Het ‘op de kaart zetten van Utrecht’ heeft kennelijk geen worteling in langetermijn ambities om voor haar bevolking waardevolle zaken te realiseren. Als de start van de Tour de France 20 miljoen oplevert, is dat ‘beter’ dan wanneer de dit jaar te houden Vrede van Utrecht 10 miljoen kost. Ondernemerschap in die vorm is het capituleren voor de accountants onder ons. Niet om twijfels te plaatsen bij uw intelligentie, maar ik meen toch dat rekenmeesters de afgelopen jaren weinig positiefs hebben kunnen betekenen voor onze maatschappij. Wat het neoliberale mantra van het cultureel ondernemerschap betreft, zouden we in Utrecht onze les geleerd moeten hebben. Een verliesgevende voorstelling in reprise nemen om het opgelopen tekort weer in te lopen, zoals De Utrechtse Spelen deed met de productie Orfeo, past perfect in de mores die ook de huidige stand van zaken binnen de EU bepalen. Ondernemerschap in optima forma. Eind december heeft Griekenland 30 miljard van haar eigen schuld teruggekocht. Begrijpt u dat? Ik niet. Maar dat is kennelijk ondernemingszin in een tijd van het moreel bankroet van ons politieke en bancaire systeem.
Terugvertaald naar een overzichtelijke lokale situatie: had DUS nog langer cultureel mogen ondernemen, dan hadden ze wellicht een bod uitgebracht op de Stadsschouwburg. Laten we hopen dat ergens iemand geleerd heeft van deze en andere onverkwikkelijke zaken en er gewoon een ouderwets inspirerende artistiek leider bij DUS wordt aangesteld die volstrekt níets van geld of ondernemen af weet en dat aan zijn zakelijke evenknie laat. En laat deze artistieke man of vrouw uitgedaagd worden om ambitieuze, tegendraadse voorstellingen te maken, want dat is wat we van onze kunstenaars verwachten.

Om de woorden te parafraseren van de nationale, vleesgeworden rancune met de naam Geert Wilders -die de VVD (met ‘Utrechts trots’ Halbe Zijlstra voorop) twee jaar geleden wist te inspireren tot de ‘klare taal’ waarmee de sloopactie op de kunst werd gemotiveerd-: ‘kunst kost geld, wen er maar aan’. Kunst levert ontzagwekkend veel op, maar éérst en vooral kost het eenvoudigweg geld. Iemand die iets anders beweert, jokt. Het ondernemerschap dat de overheid zo graag bij instellingen ziet, start bij de overheid zélf, al dan niet geflankeerd door een mecenas, fonds of een bedrijf dat zich aangesproken voelt. Wen er maar aan; tenzij u nog steeds denkt dat het neoliberale geloof de enig mogelijke waarheid is natuurlijk; tenzij u gelooft dat het failliet van ons bancaire systeem simpele pech is, de onbetaalbare gezondheidszorg onze eigen schuld en politici altijd de waarheid spreken.

Wat betreft het ‘op de kaart zetten van Utrecht’ en de nabije toekomst, groeit er een prachtig maar vooalsnog identiteitsloos gebouw -inmiddels omgedoopt tot ‘de poffertjesplaat’- middenin de stad. Het muziekpaleis, zoals het tot voor kort werd aangeduid, is nog onbewoond en biedt voorlopig alleen ruimte aan hardwerkende bouwvakkers. In de toekomst, zo horen we al jaren, biedt dit gebouw ruimte aan allerlei soorten muziek en ontvangt het karrevrachten toeschouwers uit binnen- en buitenland. Dat móet dus een enorm inspirerende plek worden. Maar als we het overlaten aan de samenstellende partijen die zich straks in het gebouw verenigen, straalt het miljoenenproject aan het Vredenburg in de toekomst alleen maar geschiedenis, artistieke saaiheid en ambtelijke degelijkheid uit in plaats van dat het de geest van de muzikale toekomst de stad inblaast. De al jaren over straat rollende besturen van Muziekcentrum Vredenburg en Tivoli zijn met de profilering van het Muziekpaleis nog niet verder gekomen dan een naam te bedenken die uit de samenstellende delen bestaat: Tivoli-Vredenburg. Kennelijk vindt de Gemeente Utrecht het prima dat de enorme ambitie waarmee het plan voor het Muziekpaleis ooit werd omgeven, teruggebracht is tot een historisch gemotiveerde naam die géén recht doet aan het fraaie nieuwe muziekcentrum dat aan het Vredenburg verrijst. Dat doet mij toch het ergste vrezen voor wat straks plaats gaat vinden binnenin dat gebouw.

Utrecht wil bevlieging, inspiratie, creativiteit, fantasie en verbeelding van haar kunstenaars, culturele instellingen en -tot op bepaalde hoogte- haar beleidsmakers. Publiek komt kijken naar geweldige ideeën, niet naar efficiënt management en niet naar een sluitende begroting. De toekomst is al lang begonnen, maar in Utrecht kijken we liever achterom. Zullen we daar eens mee stoppen?

Advertenties

0 Responses to “Cultuur in Utrecht ná 2018 – citymarketing, cultuur en evenementen”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




Geerts Twitter

Deze site


%d bloggers liken dit: