Gaudeamus’ Jonge Componisten Bal: contact en kwaliteit

Afgelopen week organiseerde Gaudeamus het allereerste Jonge Componisten Bal. Twee dagen lang was het Utrechtse Rasa, waar de komende tijd  veel van de activiteiten van Gaudeamus zullen plaatsvinden, het domein van de componist-studenten van de Nederlandse conservatoria en hun iets oudere collega’s.
Ik had de eer om binnen het vooral met muziek gevulde programma een seminar te verzorgen over ‘artistieke praktijk en economische noodzaak’. Wilbert Bulsink, Ezequiel Menalled en Kate Moore waren daarbij mijn gesprekspartners: drie componisten die er al enkele professionele arbeidsjaren op hebben zitten. De aanleiding voor het thema mag duidelijk zijn: minder subsidiemogelijkheden, minder particuliere fondsen, teruglopende publieksaantallen, lagere programmeringsbudgetten, steeds minder zalen en een economische crisis van hiervoor ongeziene afmetingen. Ondanks deze situatie zou het desalniettemin vreemd zijn de gecomponeerde muziek (als we die term hanteren) dood te verklaren. Arvo Pärt, John Adams, Sofia Gubaidulina of Louis Andriessen, om er enkelen te noemen, zijn componisten wier muziek zowel gespeeld, beluisterd en uitgebracht wordt voor -in sommige gevallen- een groot internationaal publiek.

De eerste dag van het Jonge Componisten Bal had Niels Aalberts (de marketeer achter het initiele succes van Kytemans Hiphop Orchestra) de aanwezige componisten een en ander verteld over de wijze waarop in de popmuziek volgens het Do It Yourself principe met heel weinig budget aan (onder meer) marketing wordt gewerkt. Hoewel een marketeer in deze kringen nog steeds met veel scepsis wordt bekeken, wist Niels met een interessant verhaal zijn kennis uit de popmuziek te vertalen naar de sector van de nieuw gecomponeerde muziek. Natuurlijk zijn er (nog) verschillen met de popmuziek: het centrale medium van gecomponeerde muziek richt zich vooral op een direct contact met de muziek in een zaal, het is meer creatiegericht en repertoirevorming speelt (helaas!) een onderschikte rol. Deze verschillen verhinderen echter niet dat de DIY-werkwijze van groot belang kan zijn voor de gecomponeerde muziek en haar publieke profilering.

Dat ‘publiek’ nog immer een begrip is waar de componisten en musici van nu zich niet mee bezig lijken te (willen) houden, bevestigde de geringe aandacht die de op het Bal aanwezige componisten hadden voor het werk van hun collega’s. De prangende vraag voor mijn bijdrage aan deze netwerkbijeenkomst was dan ook: wanneer je er niet in slaagt je collega’s naar je muziek te laten luisteren, hoe denk je dan een publiek (van ‘buitenstaanders’) voor je muziek te interesseren?

De van oorsprong Argentijnse componist en musicus Ezequiel Menalled maakte een belangrijke opmerking hierover: zijn vrienden komen ondanks de muziek naar zijn concerten. Met andere woorden: ondanks de kwaliteit van je werk (of althans zoals deze mensen dat beoordelen) komen mensen naar je concerten. Je eigen vrienden/netwerk zijn dus je allerbeste ambassadeurs! In zijn algemeenheid zou je kunnen stellen dat de kwaliteit van het contact (je vrienden) in deze tijd voorafgaat aan de kwaliteit van je werk (de in de kunst zo gekoesterde inhoud). 
Het in de gecomponeerde muziek zo gekoesterde kwaliteitsbegrip staat al decennia in schril contrast met de publieke aandacht die ze genereert en de inspanningen die worden verricht om deze te vergroten. ‘Mijn muziek is niet te verkopen want niemand begrijpt de kwaliteit ervan’, is kort door de bocht geformuleerd het mantra van de sector. De verantwoordelijkheid of zelfs de ‘schuld’ hiervoor ligt bij de maatschappij, of de smaak van het grote publiek, of de media die geen aandacht besteden aan ‘kwaliteits’muziek, zo wordt gedacht.
De drie componisten die ik mocht interviewen maakten elk voor zich duidelijk dat zij zich een al te grote focus op uitsluitend het compositorische werk en de intrinsieke kwaliteit daarvan niet kunnen en niet willen permitteren. Elk van hen beschouwt zichzelf óók als musicus en als intermediair, zich bewust van hun eigen verantwoordelijkheid in de ambitie een publiek voor hun werk te bereiken.
De opmerkingen die Niels Aalberts maakte zouden juist in de gecomponeerde muziek weerklank moeten vinden. Eigenheid en onderscheidendheid zijn bij uitstek kwaliteiten die de nieuwe muziek deelt met de underground binnen de popmuziek. En -zo leert het succes van sommige bands uit die underground- juist die aspecten kunnen je een eigen publiek bezorgen.
Met nadruk moet worden gesteld, dat kwaliteit niet de zorg van het publiek is, maar uitsluitend van jouzelf als kunstenaar. En dat het ‘zoeken naar publiek’ ondergeschikt is aan het omgekeerde: het publiek moet jóu vinden. Het enige dat je moet doen is er alles voor in het werk stellen dat dát ook mogelijk is. Ik zou in dit verband het essay ‘De Barbaren’ van Allessandro Baricco willen aanhalen. Hij maakt haarscherp duidelijk hoe de ‘barbaarse’ mentaliteit van de hedendaagse maatschappij werkt en hoe je daar op kunt aansluiten. Zonder daarbij je ‘kwaliteitsprincipes’ of ‘artistieke waarden’ overboord te hoeven gooien, zoals vaak wordt gevreesd.
Jóuw werk is het middelpunt van jóuw wereld: presenteer die wereld online in alle denkbare vormen, op die plekken waar jouw publiek zich bevindt en verbindt dat met de snelwegen van het internet: social media. Jij bent -in eerste instantie- je eigen exclusieve uitgever en marketeer. Bouw op Facebook en Twitter goed gemarkeerde ‘afslagen’ naar jouw hoofdkwartier: je site.  Gebruik alle toepasselijke media om je werk, je ideeën en jouzelf te profileren. Daarbij is -ondanks alle kwaliteitscriteria die je je werk zélf toedicht- kwaliteit van ondergeschikt belang. Dat geldt voor de geluids- of beeldkwaliteit, maar ook voor de relevantie van je berichtgeving. Post voor de grap een foto van je kat op Facebook, zo spotte Niels Aalberts ten overstaan van de componisten, en zie wat er gebeurt. Want: wie zegt dat er onder kattenliefhebbers geen hartstochtelijke nieuwe muziekluisteraars zijn te vinden?
Ik zeg niet dat die online aanwezigheid van serieuze componisten er meteen uit moet zien als een rommelmarkt, maar -uitgaande van persoonlijke voorkeuren en je eigen intuïtie- Anything Goes is in hoge mate van toepassing. En het grote voordeel van internet is dat je fouten kunt maken. Die zijn namelijk zo weer hersteld. Mijn tip: neem een twitteraccount. Binnen een paar weken weet je hoe het werkt en vooral hoe het in jouw specifieke geval functioneel kan zijn. Je zult in korte tijd leren wat het betekent om zender en ontvanger tegelijk te zijn: een inzicht dat de gecomponeerde wereld heel erg goed kan gebruiken. Er is slechts één nadeel: het kost tijd.
Een mooi voorbeeld van hoe het werkt, is te zien in de online aanwezigheid van de succesvolle Nederlandse componist Michel van der Aa. Ondanks alle inspanningen die zijn compositiearbeid van hem vraagt, reserveert hij elke dag een beperkte hoeveelheid tijd voor Twitter. Elke dag enkele tweets met links naar artikelen die hij interessant vindt, een opmerking over de voortgang van zijn nieuwe stuk, een inzicht, reflecterende opmerking of een compliment aan een musicus. Het resultaat is dat ik, en met mij ál zijn volgers, een aardig beeld heb van wat hij doet en denkt, wanneer zijn werk wordt gespeeld en waardoor hij wordt geïnspireerd. Voor wat het waard is: daardoor ben ik al ruim een jaar op de hoogte van de premieredatum van Sunken Garden, zijn nieuwste stuk. Hoe je het ook wendt of keert: ik ben digitaal bevriend geraakt met deze componist. En dat contact, naast al die andere contacten op Twitter, vormt voor Van der Aa een belangrijk deel van zijn verbinding met zijn (potentiële) publiek.
Het grote misverstand binnen de gecomponeerde wereld, is dat er geen aansluiting is met de ‘gewone’ wereld. Dat we er naast staan, met lege handen en zonder plan. Dat niemand ons ziet, de juiste mentaliteit heeft om ons te begrijpen en dat we ook niet weten hoe we dat moeten ombuigen. Dat is een misvatting. Een misvatting die leidt tot het gegeven dat men zich opsluit binnen de veilige muren van het modern gecomponeerde reservaat denkend dat je daar tenminste wordt begrepen. En dan houdt het reservaat zichzelf in stand, worden de muren alleen maar hoger en voelt elke poging eruit te ontsnappen als een bewuste zelfmoord.
De 3 aanwezige componisten waren overigens eensgezind in hun oordeel over hét cliché in sommige delen van de kunstwereld ten aanzien van de vermeende ‘kwaliteitsvermindering’ die een goede marketingstrategie met zich mee zou brengen: baarlijke nonsens.

Interessante links en artikelen:
Alessandro Baricco – De Barbaren (te koop in de boekhandel)
Jo Houben en Joost Heinsius – Cultural Entrepreneurship Revisited
Op het blog van Niels Aalberts vindt je interessante artikelen en links over DIY werkwijze.

Advertenties

0 Responses to “Gaudeamus’ Jonge Componisten Bal: contact en kwaliteit”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




Geerts Twitter

Deze site


%d bloggers liken dit: