Talentontwikkeling en ondernemerschap

Onlangs riep het ministerie van OCW op om goede ideeën ten aanzien van toptalenten in Nederland te verzamelen. Kennelijk is het ontwikkelen van talenten niet iets waarbij het ministerie op haar eigen vermogens vertrouwt. Ten aanzien van de podiumkunsten, uiteraard een relatief kleine sector, is de talentontwikkeling voor jonge podiumkunstenaars nog maar net integraal bij het vuilnis gezet door de vorige minister van cultuur. Deze legde voor talentontwikkeling binnen de kunsten dezelfde criteria aan als voor het verspreiden van alle kunst: marktwerking.

Een eigenschap van talentontwikkeling, net zoals scholing of onderzoek is dat het geld kost dat mogelijkerwijs (veel) later pas rendeert. Zulke eenvoudige inzichten waren nu eenmaal niet besteed aan Zijlstra of aan een ander politicus van het beroerdste kabinet dat Nederland ooit heeft gekend. Marktwerking voor en na. Dat de Research and Developmentafdeling binnen een ‘normaal’ bedrijf klauwen met geld kost, weet iedereen, ook Zijlstra. En dat dat een noodzaak is om de toekomst te waarborgen ook. Maar dat er binnen de kunsten een heel goed vergelijkbare ‘afdeling’ bestaat, is dan weer een absurde gedachte. Als kunst geen geld opbrengt, mocht het in de ogen van Zijlstra immers niet bestaan.

Alle mensen worden naakt geboren maar de neoliberaal lijkt ervan overtuigd dat ie met een rekenmachine ter wereld is gekomen…

Onlangs sprak ik Taco Kooijstra, een cellist en dirigent die zich met zijn stichting al jaren inzet voor jonge dirigenten in ons land. Hij spiegelt zich daarbij aan een klasje dirigenten van Jorma Panula in Finland, een 80-jarige pedagoog die jonge dirigenten vanaf ongeveer 13 jaar opleidt en coacht. Dat doet Panula al decennia lang. De Finse muziekwereld is in de afgelopen decennia uitgegroeid tot één van de meest opvallende in de wereld. Componisten als Katia Saariaho en Magnus Lindberg worden internationaal geroemd en hun muziek prijkt op de lessenaars van de grote gerenommeerde orkesten in de hele wereld.

Dat laatste is geen toeval. Natuurlijk heeft dat heeft in de eerste plaats alles met (muzikale) kwaliteit te maken. Deze componisten verstaan hun vak uitstekend en weten muziek te concipiëren die internationaal aanslaat. De crux zit echter in de dirigenten die hun muziek op de lessenaars willen zetten. Dat blijken in een groot aantal gevallen óók Finnen te zijn. Het beste voorbeeld is Esa-Pekka Salonen, op dit moment dirigent van de Los Angeles Philharmonic na al tal van eerdere betrekkingen als dirigent te hebben vervuld. Salonen werd opgeleid door Jorma Panula en studeerde samen met Magnus Lindberg (ook een Fin ondanks zijn Zweedse naam). Salonen nam vanaf zijn eerste buitenlandse engagementen de muziek van zijn studiegenoot Lindberg mee en wist zo een groot internationaal publiek voor diens muziek te bereiken. Lindberg is één van de belangrijkste componisten van deze tijd, zeker binnen de orkestmuziek. Een statuur die hij zonder Salonen nooit had bereikt, of in elk geval niet in dit tempo.

Jorme Panula werkt ondertussen gewoon door. Dirigenten als Osmo Vänskä, Sakari Oramo, Christiaan Karlssen, Jukka-Pekka Saraste of Susanne Mälkki, werkend bij belangrijke orkesten en ensembles over de hele wereld, zijn cruciale ambassadeurs van Finse muziek. Zij zijn de pupillen die Panula op hun dertiende het geloof en het vertrouwen gaf dat ze iets konden wat bijzonder was. Het gegeven dat deze jonge dirigenten wanneer ze eenmaal de wereld in trekken eenvoudigweg de muziek van hun vrienden van het conservatorium meenemen, is even eenvoudig als logisch in te zien. Het zorgt er voor dat de Finse talentontwikkeling voor dirigenten een cultureel verdienmodel oplevert waar onze voormalige minister van cultuur alleen maar van had kunnen dromen. En waar de Finse muziekwereld goud garen bij spint. Talentontwikkeling is in een sector als de kunst de beste investering in ondernemerschap die je kunt bedenken. Dat de Finse muziek zich op internationaal topnivo beweegt en die van Nederland alsmaar verder wegzakt, heeft alles te maken met een gebrek aan geïnspireerde, activistische cultuurambassadeurs zoals deze Finse dirigenten. In Nederland pakken we liever de rekenmachine.

Advertenties

2 Responses to “Talentontwikkeling en ondernemerschap”


  1. 1 Joost Geevers 26/11/2013 om 9:48 pm

    Helemaal eens met de strekking van het betoog, maar het voorbeeld is niet gelukkig gekozen. Het gebrek aan Nederlandse topdirigenten kunnen we de overheid niet aanrekenen! Dat is toch echt de schuld van de cultuur instituten zelf. Voordat Zijlstra met zijn destructieve beleid begon hebben we het al enkele decennia zonder nieuwe generatie topdirigenten moeten stellen. Daar moeten de conservatoria en met name de orkesten toch echt de schuld bij zichzelf zoeken! Talent is er genoeg namelijk. En gebrek aan financiële middelen is niet de hoofdoorzaak dat dit onbenut blijft.
    Overigens is Karlsen voor het grootste gedeelte in ons Haagse klasje opgeleid. Er is dus hoop!

    • 2 Geert van Boxtel 26/11/2013 om 10:05 pm

      Dank voor je reactie Joost!
      Het is ook niet zozeer dat ik dat de overheid verwijt: ik doel op het denken uitsluitend in termen van geld. En dat talentontwikkeling per definitie een investering in de toekomst is. Ik kan het alleen steeds niet nalaten de bron van dat denken (in NL) bij Zijlstra neer te leggen…
      Wat Karlssen betreft: inderdaad. Ik zag m laatst voor t eerst en was erg onder de indruk, vandaar dat ik m in t rijtje opnam…


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




Geerts Twitter

Deze site


%d bloggers liken dit: