Smells like teen spirit? Componistencollectieven in Nederland

‘Smells like team spirit’ luidt de titel van het gesprek met jonge componisten dat ik mocht modereren op de tweede editie van het Gaudeamus Jonge Componistenbal op 25 januari 2014. Met deze referentie aan Nirvana’s baanbrekende hit van alweer 20 jaar geleden als motto, sprak ik 4 componisten die onderdeel uitmaken van een ‘collectief’. Bart de Vrees en Wilbert Bulsink van het Amsterdamse Monotak en Dianne Verdonk en Gagi Petrovic van Soundlings spraken over hun beweegredenen om zich aan te sluiten bij een groep gelijkgestemde vakgenoten.

‘Componistencollectief’. Wie dacht dat deze term de jaren ’70 niet had overleefd, komt bedrogen uit. Door de geschiedenis heen en zeker ook vandaag de dag zijn er tal van voorbeelden van gelijkgestemde muziekscheppers die elkaar opzoeken. Dat kan een los verband betreffen waarin vooral in praktisch zin wordt samengewerkt maar ook betekenen dat componisten daadwerkelijk samen aan één muziekstuk werken.
Dat laatste blijkt in de praktijk van zowel Soundlings als Monotak nog een uitzondering. Samenwerking binnen de beide collectieven is vooral gericht op het delen van kennis en ervaring én het in praktische zin ondersteunen van elkaars werk. Dat kan gaan om productionele of publicitaire zaken: samen een pand delen, met elkaar optreden, pr verzorgen, een gezamenlijke boekhouder etc.
Maar dat is -hoe noodzakelijk en nuttig ook- toch niet dat waar ik direct aan denk bij het horen van het woord ‘collectief’. Meer vakinhoudelijk wordt er ook samengewerkt maar beiden groepen gaven aan dat nog maar sporadisch te doen. Bij Soundlings heeft elk lid van het collectief een eigen profiel, nauw verbonden met de reeks specialistische opleidingen die bij Kunst, Media en Technologie aan de HKU in Hilversum worden aangeboden. Soundlings werkt vaak in opdracht. Dat maakt samenwerken voor de hand liggend en soms heel nuttig omdat ieder zijn eigen kennis en expertise meebrengt. Ieders specifieke kennis en kunde krijgen een plek in het uitvoeren van de opdracht. In het geval van de meer op autonoom werk gerichte componisten van Monotak ligt het wel in de lijn der verwachting dat er meer inhoudelijk wordt samengewerkt, maar is dat toch wat lastiger… Splendor, het nieuwe Amsterdamse podium/platform waar veel leden van Monotak zich presenteren is een cruciale speeltuin hiervoor. Monotak zal zich daar blijven profileren en daarbij zal de artistieke kruisbestuiving tussen de leden zeker een plek krijgen zonder dat dat een vooropgezet doel is.
Eigenlijk was het een ander gesprek dat ónder het verhaal van deze collectieven ligt. Niet zozeer het scheppende aspect is voor Bart de Vrees en Wilbert Bulsink de reden om zich te verenigen in een collectief, maar het gegeven dat zij ook willen spelen. Componisten van nu bewegen zich meer en meer richting het podium en dan niet alleen om hun eigen muziek te spelen, maar ook om deze muziek met gelijkgestemden op het podium te laten ontstaan. Componisten willen in toenemende mate het podium op en laten zo het onderscheid met musici vervagen. Daarnaast zijn de praktische voordelen zwaarwegend: productiecapaciteit, publiciteit, zakelijke ondersteuning. Allemaal makkelijker, goedkoper, leuker én beter wanneer je dat met z’n allen doet.
Praktische voordelen genoeg. En een interessante ontwikkeling is dat componisten zich op het podium thuis voelen. Maar is er meer aan de hand? Is er door een andere manier van organiseren sprake van een ander perspectief op een ‘verdienmodel’ dat het huidige kan vervangen? Opvallend genoeg ziet behalve Bart de Vrees géén van de aanwezige componisten een relatie met andere maatschappelijke ontwikkelingen. Bart de Vrees maakte duidelijk dat het denken in kleine netwerken (zoals een collectief als Monotak) voor hem ook een resonantie is van de huidige ontwikkelingen op tal van maatschappelijke gebieden. Kleinschaligheid, flexibiliteit, vertrouwen als kernbegrippen van een andere economie.
Wellicht zien we over enkele jaren dat bij deze collectieven de kiem werd gelegd voor een ander economisch model voor actuele muziek? Of domineert het praktische aspect van deze collectieven en kan iedere componist over tien jaar niet alleen componeren en musiceren maar -al da niet met ondersteuning van zijn collega’s- een poster ontwerpen, zijn publiek mobiliseren en zijn eigen inkomstenbelasting indienen?

Advertenties

0 Responses to “Smells like teen spirit? Componistencollectieven in Nederland”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




Geerts Twitter

Deze site


%d bloggers liken dit: