Beste Franz,
na lang peinzen heb ik besloten u deze brief te schrijven en hier voor te lezen. Hier, dat is de Schouwburg van Almere waar op dit moment Who’s Next plaatsvindt. Almere, nee daar heeft u nog nooit van gehoord. Dat bestond nog niet in 1828. Het is een nieuwe stad in Nederland, niet ver van Amsterdam. En Who’s Next zegt u uiteraard ook niets, bedenk ik mij. Who’s Next is de titel van dit festival en het refereert aan een nieuwe generatie musici in de klassieke muziek: wie staat er op om zijn interpretatie van de klassieke muziektraditie te geven?
Klassieke muziek? Dat is het woord dat wij doorgaans gebruiken voor muziek van u, Ludwig van Beethoven, Johann Sebastiaan Bach, Richard Wagner, Steve Reich of ….ach, ook die kent u natuurlijk helemaal niet. En u weet ook helemaal niet dat er ook nog allerlei andere muziek bestaat die op cd’s, via de radio, eh, tv, eh, internet eeeeeehhh….

Wacht, ik begin beter opnieuw….

Beste Franz,
wij gaan straks luisteren naar Winterreise, de fantastische liederencyclus die u voltooide in 1827. We gaan naar het stuk luisteren in een bewerking, of beter: interpretatie van Hans Zender en niet zoals u het heeft bedoeld door stem en begeleid op de piano. Nee, Hans Zender kent u ook niet…maar dát vergeten we nu maar even, anders moet ik teveel uitleggen. De Duitse tenor Christoph Prégardien zingt de 24 liederen uit de Winterreise begeleid door het Insomnio Ensemble.

Hans Zender, een Duitse componist en dirigent heeft uw Winterreise niet alleen bewerkt voor een twintigkoppig kamerorkest, maar ook de vrijheid genomen het werk opnieuw te interpreteren. De tekst van dichter Wilhelm Müller uit de oorspronkelijke liederencyclus is hetzelfde gebleven en ook uw prachtige melodieën zijn gehandhaafd. Hans Zender meende echter dat uw werk een nieuwe interpretatie nodig had om in de muzikale oren van deze tijd te passen. Begrijp me niet verkeerd, Franz: Hans Zender is een liefhebber van de Winterreise hoor! Hij wilde alleen het publiek van nu een andere toegang tot de 24 liederen van de Winterreise geven, in de hoop en verwachting dat uw werk opnieuw mensen zou kunnen inspireren. Eigenlijk levert deze interpretatie een nieuw werk op: een poëtisch drama in 24 korte bedrijven voor tenor en orkest. De versie van Zender is gecomponeerd voor tenor, 2 dwarsfluiten, 2 hobo’s, 2 klarinetten, 2 fagotten, hoorn, trompet, trombone, 4 slagwerkers, gitaar, accordeon, harp, 2 violen, 2 altviolen, cello en contrabas.

Hans Zender is dicht bij uw origineel gebleven, maakt u zich niet teveel zorgen. Wel zult u misschien schrikken van de introductie van het werk. Het eerste lied, Gute Nacht, is voorzien van een een heel traag crescendo van geluiden die u in uw tijd waarschijnlijk niet als ‘muziek’ zou hebben gehoord. Na enkele inzetten vormt zich een ritme en zult u uw noten wel herkennen, denk ik. Mooi is dat deze ‘vreemde’ bewerking treffend ontvangen wordt met de eerste zin van het eerste lied: ‘Fremd bin ich eingezogen,
Fremd zieh’ ich wieder aus’. Dat zult u ook zeker kunnen waarderen. Wellicht schrikt u ook weer even op bij de zin ‘Laß irre Hunde heulen
Vor ihres Herren Haus’ waar Hans Zender wel heel moderne klanken heeft ingezet om de betekenis van de tekst te ondersteunen. Ik hoop maar dat u het hem niet kwalijk neemt: als kind van onze tijd is Hans Zender gewoon om minder welluidende klanken tot muziek te transformeren. U zou eens moeten komen luisteren op welke muziek onze jongeren dansen tegenwoordig! Muziek voortgebracht door machines, computers en….ach nee, laat ook maar. Ik vermoei u met mijn gebabbel over onze tijd….

In het derde lied, Gefror’ne Tränen, kunt u horen wat Hans Zender gedaan heeft met de prachtige regels ‘Gefrorne Tropfen fallen
 Von meinen Wangen ab, Ob es mir denn entgangen, Daß ich geweinet hab’. De tranen die in uw pianoarrangement zo zacht vielen, worden hier overtuigend geplengd door gitaar en strijkers. Ook op de meeste andere plekken waar de door u geschreven pianobegeleiding de situatie schildert met muziek heeft Hans Zender zich aan uw voorbeeld gehouden.
Die tranen, die komen steeds terug in uw liederen, is mij wel opgevallen. We horen ze vallen in de sneeuw, ze branden op het gezicht en ze worden niet zelden vergeleken met waterdruppels. Wij, hier in onze tijd, denken dat dat te maken heeft met uw eigen emoties. Dat hóeft er natuurlijk niets mee te maken hebben, maar in deze tijd vinden we het soms moeilijk om een kunstenaar en een kunstwerk los van elkaar te zien. Daarom leeft bij ons de gedachte wel dat u, naast dat u naar verluidt ook een levensgenieter bent, een zéér tragische kant hebt. U hebt weinig succes met uw muziek gekend tijdens uw leven en was ook vaak zelf niet erg overtuigd van de kwaliteit van uw werk. Daarom dichten wij u ook wel eigenschappen toe die wat minder vrolijkmakend zijn: dat u geobsedeerd zou zijn door de dood, mislukking en eenzaamheid, bijvoorbeeld. En dat u daarom de onheilszwangere liederen van De Winterreise hebt geschreven. Maar wellicht zijn de schrijvers van onze muziekgeschiedenis wat romantischer ingesteld dan u zelf, dat zou ik althans zeker niet willen uitsluiten.
Maar ook van uw tijdgenoten horen we zulke verhalen. Toen u op een avond deze 24 liederen liet horen aan enkele van uw vrienden, waren zij ervan overtuigd dat u zich al bijna aan gene zijde van het leven bevond. Zij reageerden ontzet op de desolate en duistere atmosfeer die de liederen doordrenkt. Zo vreemd is dat ook niet, zelfs niet in onze oren. Uw Winterreise voert de luisteraar mee door een ijzingwekkend winters landschap, wat zich nog maar ternauwernood in menselijke termen laat beschrijven. De protagonist wordt slechts aangeduid als ‘Der Wanderer’ (de wandelaar of reiziger) en hij neemt de luisteraar aan de hand door zijn diepste zielroerselen, verborgen angsten en onbekende verlangens. De hang naar het onbekende, het onbereikbare en het onwereldse spreekt uit de tekst van elk lied van Winterreise. Deze reis is niet zomaar een reis: het is een enkele reis naar het onbekende. ‘Eine Straße muß ich gehen, die noch keiner ging zurück’, heet het in Der Wegweiser.

U schreef schreef zelf ooit in uw dagboek: ‘Verdriet scherpt het verstand en sterkt het gemoed, terwijl vreugde zich daarentegen zelden om het eerste bekommert en het tweede verwekelijkt of frivool maakt.’ Daarmee zien wij Winterreise als een boetedoening, de laatste tocht van een stervende of de overpeinzingen van iemand die reeds onderweg is naar de dood. ‘So zieh ich meine Straße dahin mit trägem Fuß, durch helles, frohes Leben, einsam und ohne Gruß’. De ‘Wanderer’ is niet meer of zal niet lang meer deel uitmaken van onze wereld. Zijn blik is op de verte gericht, op een naderend einde. Een blik die vertroebeld is door de overweldigende monotonie van een verblindend sneeuwlandschap, de totale eenzaamheid en een volstrekt ongewisse toekomst. Er is slechts één zekerheid: ‘Jeder Strom wird’s Mer gewinnen, jedes Leiden auch sein Grab.’ Het graf is de enige zekerheid in een mensenleven…

In Winterreise verlaat de reiziger de stad en trekt door de winterse natuur. Beekjes, bomen, kraaien en sneeuw bevolken zijn wereld en zijn gedachten resoneren met deze verschijnselen en hun winterse gedaante. U doet recht aan elk woord en elke wending in de tekst: zowel de zangpartij als de begeleiding interpreteren, illustreren en becommentariëren de woorden. Hans Zender heeft daaraan ook niets veranderd, maakt u zich geen zorgen. Ook hij gebruikt steeds de juiste toonzetting en sfeer op de wijze die u al aangaf.

Het beeld dat wij hebben van de Winterreise is dat het een zoektocht is van de mens naar zichzelf. De liedteksten maken duidelijk dat de ik-persoon na een afwijzing in de liefde is gevlucht naar andere, verre streken om zich daar te verliezen. Het is een tocht naar de zin van het bestaan: letterlijk en ook figuurlijk. Maar dat hoef ik u natuurlijk niet te vertellen. De tijdloosheid van dat thema is -gelukkig- ook in de expressieve bewerking van Hans Zender overduidelijk.

Beste Franz, wij hebben eigenlijk ook een beetje het idee dat de Winterreise een klein beetje over u zelf gaat. We weten dat u ziek bent en uw einde voelt naderen. Bij de begrafenis van Ludwig van Beethoven, gestorven toen u werkte aan de Winterreise en die u zo enorm bewonderde, bracht u een toast uit: Op hem, die wij juist begraven hebben. Maar daar liet u het niet bij: U bracht nog een toast uit en zei: ‘Op hem, die de volgende zal zijn.’ We kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat u het op dat moment over u zelf had.

Maar misschien hebben we het mis. In de interpretatie van Hans Zender horen we minder mystiek en meer een volksverhaal over een spannende reis. Wellicht geeft dat een beter beeld van uw intenties dan het idee van uw eigen naderende dood. Excuseer overigens dat ik zoiets ernstigs zo direct formuleer… Of wellicht gaat uw werk over ‘afscheid’ in het algemeen en moeten we het niet zo zwaar zien… Vind u het erg dat we dat liever in het midden laten? Had u liever gezien dat we heel precies weten waar deze liederen over gaan?

Misschien, beste Franz, is het allemaal niet zo persoonlijk. De teksten van de Winterreise zijn immers helemaal niet van uw hand, maar ontsproten uit de creatieve geest van Wilhem Müller. Over diens werk zei Heinrich Heine ooit: eenvoudige gedichten, moeilijk te maken’. Eenvoudige woorden inderdaad, maar wat ze exact betekenen is niet steeds zo eenduidig.
Het is niet alleen zwaarmoedigheid en donkerte die de teksten uitstralen. De droom van de ‘Wanderer’, beschreven in Frühlingstraum is lichtvoetig en optimistisch. In die droom is nog wel geluk te vinden: ‘Ich träumte von Lieb um Liebe,
Von einer schönen Maid,
Von Herzen und von Küssen,
Von Wonne und Seligkeit.’ Maar in het volgende lied al, Einsamkeit getiteld, horen we hoe ook deze droom de reiziger niet heeft opgevrolijkt: hij voelt zich nog slechts thuis in barre omstandigheden, et licht en de luchtigheid van de wereld is al niet meer zijn thuis. U zult overigens verheugd zijn over de treffende noten van Hans Zender in dit lied. En wellicht zal ook zijn versie van Der Post u bekoren, waar we de posthoorn nogal nadrukkelijk horen. Waar ik zeker van ben evenwel, is dat u de zanger van vanavond zult waarderen. Christoph Prégardien is zijn naam en hij is een geweldige tenor. Hij heeft vaak gezongen in de verschillende Passies van Johann Sebastiaan Bach, is zonder meer een specialist in het uitvoeren van uw werk en is inmiddels ook dirigent. En o ja: u kent deze Bach wellicht wel maar u dient zich te realiseren dat hij in onze tijd veel bekender is dan in de uwe. Dat geldt overigens, en daarmee hoop ik u toch ook enigzins op te vrolijken, ook voor uw eigen muziek. Toen u het componeerde waren er weinig mensen in geinteresseerd: dezer dagen wordt uw muziek en zeker de Winterreise tot de meesterwerken van de muziek gerekend. Er zijn zelfs meer dan 60 cd-opnamen van de Winterreise…oh,nee, daar zou ik niet meer over hebben….
Of misschien toch wel….?

Beste Franz,
muziek is voor mensen in onze tijd iets minder bijzonders dan dat in uw tijd was. We horen overal muziek, de hele dag en als we willen op elke plek die we willen. Maar dat is geen muziek die ‘gespeeld’ wordt door musici die dezelfde lucht inademen als de luisteraar. Het is muziek die mechanisch reproduceerbaar is. De muziek is ooit ‘opgenomen’ en kan vervolgens op elk gewenst moment weer ten gehore worden gebracht. Hoe dat kan laat ik hier even in het midden maar waar het toe heeft geleid is van belang. Muziek maken is een bijzonderheid geworden: veel kinderen leren zelfs niet meer om heel eenvoudige liedjes te zingen. Er is zoveel muziek om ons heen, dat we het spelen ervan grotendeels hebben overgelaten aan professionals. U als muziekliefhebber pur sang zult begrijpen dat dat nogal spijtig is.

Daarom, beste Franz, kunnen wij hier in onze tijd uw Winterreise ook ‘lezen’ als een verhaal waarin de klassieke muziek dolende is. De muziek die eenzaam door de wereld dwaalt zonder nog gehoord te worden, geleidelijk aan wegkwijnt en een stille dood sterft. Daarmee wil ik niet zeggen dat de muziek op haar sterfbed ligt, maar wel dat de waardering voor de klassieke muziek, waar uw werk deel van uitmaakt, aan het wegebben is. ‘Bin matt zum Niedersinken,
Bin tödlich schwer verletzt’ zo heet het in Das Wirthaus, in Hans Zenders versie gevolgd door een donderende passage.
Naar uw muziek, kort gezegd, luisteren niet veel kinderen. Uw muziek is een beetje bekend komen te staan als muziek voor oude mensen. Voor de duidelijkheid: ik vind dat niet hoor, en Hans Zender evenmin en ook de musici van vanavond hebben daar geen last van. Maar de jeugd wel: die worden veelal gevoed met het idee dat klassieke muziek saai en voorspelbaar is, onbegrijpelijk of suf, ondoorgrondelijk of irrelevant.

De mensen van Who’s Next, het festival waar deze avond plaatsvindt, hebben toch gedacht om jongeren uit Almere uw Winterreise te laten horen. Omdat zij denken dat de liederen zo fraai zijn dat iedereen er een schoonheid in zou moeten kunnen ontdekken. 30 jongeren, van de scholen Pro Almere en Arte, hebben samen met twee zangers naar uw muziek geluisterd en er hun eigen wending aan gegeven. Missschien moet ik u dat nog even uitleggen, maar ‘Who’s Next’ betekent ‘Wie is de volgende’. Het festival is eigenlijk een oproep aan mensen om hun eigen positie te bepalen: wat wil jij doen met de rijke traditie van de klassieke muziek? Afscheid, dat zo overheersende thema in uw liederen, betekent ook weer ruimte maken voor iets nieuws: wat sterft leeft weer voort in iets anders.

De jongeren uit Almere hebben uw werk opgevat als een reis. En ze hebben nagedacht over wat reizen betekent voor mensen. Op hun Winterreis komen ze ook andere muziek tegen dan die van u. Muziek die voor hen past bij reizen of bij vrijheid of vakantie. Eigenlijk hebben de jongeren een grote cirkel om uw muziek heen getekend en gekeken wat er allemaal in die cirkel past. Ik denk dat u verrast zult zijn over wat dat heeft opgeleverd. Want, dat is wat ik u eigenlijk wil vertellen, zometeen gaan we eerst kijken en luisteren naar wat deze 30 jongeren hebben gemaakt. De jongeren zijn uw muziek en andere muziek gaan zingen en ze hebben zelfs eigen stukken geschreven op basis van de uwe! 30 jongeren uit Almere hebben zo hun eigen Winterreise gemaakt.

Het zal u wellicht niet verbazen, maar hun aanknopingspunt in uw muziek is het lied Der Leiermann, het laatste lied uit de Winterreise: De orgeldraaier die met zijn voeten op de het ijs staat ‘Und mit starren Fingern Dreht er was er kann’. De jongeren zingen uw lied maar ze zingen ook de versies die ze daar zelf van hebben gemaakt: Wij zijn onderweg en Rome of Parijs zijn de titels.

Beste Franz,
ik hoef u niet te vertellen dat uw orgeldraaier symbool staat voor de naderende dood: ‘Wonderlicher Alter! Soll ich mit dir gehn?’ Maar uw slotlied maakt ook duidelijk dat het leven doorgaat: ‘Willst zu meinen Liedern Deine Leier drehn?’ De jongeren uit Almere hebben deze uitnodiging opgevat en hun eigen draai aan uw muziek gegeven, precies zoals Who’s Next dat graag ziet. Dat willen de jongeren het publiek hier in Almere straks laten horen als introductie op de bewerking die Hans Zender van uw muziek heeft gemaakt.

Beste Franz,
het is jammer dat u hier niet kunt zijn om te horen wat al deze mensen met uw muziek hebben gedaan. Wetten die ons begripsvermogen te boven gaan, staan een bezoek van u, hoe kort ook, in de weg. Daar verandert niemand iets aan. Maar de orgeldraaier draait door en uw muziek blijft klinken.

Ik schreef deze brief aan Franz Schubert als inleiding op een concertavond van Who’s Next.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




Geerts Twitter

Deze site


%d bloggers liken dit: