George Crumb is één van de meest uitgesproken componisten van zijn generatie. Afkomstig uit West Viriginia, Verenigde Staten en geboren uit een muzikale familie studeerde hij in zijn geboorteland en in Berlijn. Crumb maakt onderdeel uit van de componisten die wel tot de ‘New Virtuosity’ worden gerekend, een groep componisten en musici die zichzelf de taak stelden nieuwe speeltechnieken te ontwikkelen. Daarmee inspireerden ze een generatie componisten ná hen om hun bevindingen te gebruiken voor het herdefinieëren van hun eigen muziek. Crumb ontwikkelde een uitgebreid muzikaal palet met ‘extended’ instrumentale en vocale technieken, een verfijnd gevoel voor klank, rijke muzikale verbeeldingskracht en een zekere theatraliteit. Textuur, klank en samenhang zijn de sleutelwoorden in het veelzijdige oeuvre van George Crumb tot wiens bekendste werken behoren: Madrigals, Night of the Four Moons, Black Angels. Zijn Ancient Voices of Children uit 1970 groeide uit tot één van de succesvolste avantgarde composities van ná de oorlog.
Makrokosmos III heeft dezelfde bezetting als Bartóks’ Sonate voor twee piano’s en slagwerk, met dat verschil dat er versterking wordt gebruikt in het stuk van Crumb. Bartóks Sonate was ook een voorbeeld voor Crumb; daarnaast is Makrokosmos III een vervolg op Makrokosmos I en II, beide voor solo piano. Thematisch sluit Makrokosmos ook aan bij deze stukken: ze handelen over Babylonische sterrenkunde en andere elementen uit Crumbs distincte wereldbeeld die hij in een soort grandioos ontwerp met elkaar verbindt. In die zin heeft Crumb wel iets weg van Messiaen die eveneens schijnbaar losse associaties met elkaar verbindt. Daarmee creëert Messiaen en ook Crumb een hoogst persoonlijk universum, bij elkaar gehouden door de eigenzinnigheid van de maker. Zoals Mahler al schreef over de symfonie dat zij ‘moet zijn als de wereld: zij moet alles bevatten’; zo geldt dat adagium voor Crumb. Het even intrigerende als toegankelijke Makrokosmos III loopt over van muzikale associaties, buitenmuzikale verwijzingen, elementen uit andere (muzikale) culturen en uit andere tijden.
Crumb zelf noemde de syntax van dit werk: ‘min of meer tonaal, of min of meer atonaal’. Crumbs afkeer voor systemen blijkt uit deze uitspraak. Het serialisme of andere hermetische muzikale technieken vonden in Crumb geen supporter: zijn taal is intuïtief, organisch en volstrekt idiosyncratisch en laat zich niet in systemen vangen. Muzikale expressie en kleurenrijkdom te over in Makrokosmos: een citaat van Bach in het vijfde deel ((Music of the Starry Night) verwordt tot een verstild maar gelukzalige oriëntaalse aandoende muziek; de beeldende kracht van het eerste deel (Nocturnal Sounds) overrompelt in een combinatie van subtiele sonore details en rijke, massieve klanken. Tibetaanse bidstenen klinken naast een Afrikaanse duimpiano: alles lijkt mogelijk in de spannende, universele klanktaal van George Crumb. In Crumbs oeuvre waarin deze ‘culturele polyfonie’ overheerst is Makrokosmos III wellicht het meest evocatieve werk.

Advertenties

0 Responses to “George Crumb – Makrokosmos III: Music for a summer evening (1974)”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




Geerts Twitter

Deze site


%d bloggers liken dit: