Het is pas 50 jaar geleden dat de beroemde dirigent Arturo Toscanini op adequate wijze een eind maakte aan alle speculaties rond de aanleiding of intentie van Beethoven bij het componeren van zijn Symfonie no. 3. ‘Sommigen zeggen Napoleon, sommigen zeggen Hitler, sommigen zeggen Musolini; voor mij is het Allegro con brio’, waren zijn woorden over het eerste deel van deze even geweldige als grootse symfonie. Het verhaal gaat dat Beethoven de Symfonie Eroica –zoals het werk is komen te heten- wel degelijk wilde opdragen aan de charismatische Corsicaanse ‘Eerste Consul van Frankrijk’ Napoleon Bonaparte. Toen zijn pupil Ferdinand Ries Beethoven het nieuws bracht van de door Napoleon zelf afgeroepen kroning tot keizer, zou de componist in een woedende uitbarsting de titelpagina van zijn Symfonie no. 3 in tweeën hebben gescheurd en op de grond hebben gegooid. Een ander verhaal houdt het erop dat de componist de (vermeende) opdracht aan Napoleon zou hebben gewist van een kopie van het werk dat toen nog ‘Sinfonia Grande’ heette. Hoe dan ook: de titel Sinfonia Eroica is pas voor het eerst gebruikt toen het werk werd gepubliceerd in 1806. En wat de oorspronkelijk intenties geweest zijn van Beethoven om het werk te associëren met Napoleon zal gissen blijven. De woorden van Toscanini maken eens te meer duidelijk dat een programmatische opzet van deze Symfonie er uiteindelijk niet zoveel toe doet: het is de geweldige muziek die het werk de status verleent die zij verdient.

Toen het werk uiteindelijk haar publieke première beleefde op 7 april 1805 in het Theater-an-der-Wien, had er reeds een privé-uitvoering plaatsgevonden bij Prins Lobkowitz -eveneens in Wenen- aan wie Beethoven het werk uiteindelijk had opgedragen.

Met twee daverende slagen opent het werk en vallen we meteen in de voor Beethoven zo kenmerkende motorische ‘drive’ die de luisteraar onmiddelijk vastgrijpt en meevoert naar de onpeilbare diepte die Beethoven zo dierbaar is. De expositie –met een wervelend eerste thema dat nu en dan even van een contrasterende tegenstem wordt voorzien door de blazers- laveert tussen Es Groot en es klein. Daarmee vormt deze expositie de voorbode van de ontwikkeling van de harmonische taal van de Romantiek Daarin –soms diep verscholen- vervullen harmonische connecties een grote rol in het creeëren van dramatische structuren, verwant aan de poëzie van Goethe of E.T.A. Hoffman.

Is dit eerste deel al een indrukwekkende proeve van de grote structuren die Beethoven met verve wist te hanteren, het tweede deel Marcia Funebre is nog langer en herbergt een emotionele spanningsboog die aan het begin van de negentiende eeuw nog zonder precedent was. Een prachtige, even onheilspellende als treurige melodie opent dit Rondo, dat een groot aantal gemoedstoestanden voorbij laat komen en met elkaar verbindt. Een treurmars als deze was op zich geen unicum in Beethovens tijd; de emotionele contrasten die zij in zich draagt –diepgevoeld verdriet, tragedie, afscheid maar ook verlossing, breekbare vreugde en berusting- echter wel. En uiteraard is het volstrekte meesterschap van Beethoven cruciaal: de rijke kleuren die hij het orkest ontlokt zijn zonder weerga en de contrasten die ze met elkaar vormen van een bijna lucide scherpte.

De emotionele rijkdom van deze symfonie krijgt in het relatief korte derde deel –Scherzo– nog een extra dimensie wanneer hier een een onmiskenbare ‘jachtmuziek’ klinkt. Beethoven laat hier de zon doorbreken in stralende kleuren; virtuoos gecomponeerd met snelle dynamische wisselingen en een belangrijke rol voor de contrasterende klanken van hout en koper. De tutti-passage aan het eind van het Scherzo leidt onmiskenbaar naar de Finale van het werk: een set variaties waaronder een fuga die onmiskenbaar associaties oproept met Bach. Het legato-thema kennen we reeds van de balletmuziek Die Geschöpfe des Prometheus, een contredans uit 1802 en een reeks variaties voor klavier die onder opusnummer 35 verschenen en –na het succes van deze symfonie- Eroica als ondertitel kreeg. En het is met deze Finale dat Beethoven het gigantische, door hemzelf opgeroepen drama van een passend kader voorziet. De rijkdom aan vondsten die deze Finale vormgeven, bevrijden de luisteraar uit de beklemmende houdgreep van het verstikkende, shockerende drama dat de eerste twee delen van deze geweldige Symfonie Eroica opriepen.

Advertenties

0 Responses to “Ludwig van Beethoven – Symfonie no. 3 in Es (‘Eroïca’) (1804)”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




Geerts Twitter

Deze site


%d bloggers liken dit: