De kloof tussen het pre-revolutionaire Rusland en de Stalinistische Sovjet-periode overbruggend, ontplooide Sergei Prokofjev een carrière als componist en pianist. Zoals vrijwel alle kunstenaars in het Sovjet tijdperk, werd Prokofjevs leven en werk sterk bemoeilijkt door allerlei officiële beperkingen van de Communitische Partij. Kunstenaars werden geacht aan de leiband van de Partij te lopen en verantwoorde, ‘proletarische’ kunst af te leveren, of hun werk werd als contrarevolutionair gebrandmerkt en verboden. Bij een niet onaanzienlijk aantal kunstenaars betekende dit de bedelstaf, verbanning naar verre, onherbergzame oorden of erger.
Prokofjev kon in zijn jonge jaren nog genieten van een betrekkelijk bevoorrecht bestaan. Zijn ouders waren niet onbemiddeld en Sergei groeide op als enig kind. Op zijn dertiende werd Prokofjev aangenomen op het Conservatorium in Sint Petersburg, studeerde orkestratie bij Rimsky-Korsakov en muziektheorie bij Lyadov en ontwikkelde zich tot een fenomenaal pianist. Zijn eerste bekendheid verkreeg hij door het vertolken van de pianocomposities die hij zelf schreef om zijn uitzonderlijke pianotalent te exploiteren.
Prokofjev schreef in totaal 9 pianosonates, waarvan de laatste drie doorgaans in één adem genoemd worden. Vermoedelijk geïnspireerd door Beethoven, begon Sergei Prokofjev in 1939 aan deze drie stukken tegelijkertijd. Hoewel de naam historisch niet geheel correct is, zijn deze drie bekend geworden als de drie oorlogssonates. De Pianosonate no. 6 ging in première op Radio Moskou, gespeeld door de componist en wat later in de concertzaal met Sviatoslav Richter achter de vleugel. Het stuk wekte aanvankelijk onbegrip en zelfs woede op. De sonate –groots, emotioneel en romantisch- werd door critici en partijbonzen beschouwd als ‘brutaal’. Getuige Prokofjevs opzet met dit werk zal het hem destijds niet erg verbaasd hebben: ‘Ik koos een gecompliceerde stijl en ik was bang dat het werk minder begrijpelijk zou worden’. Hij had zichzelf voor een nieuwe uitdaging gesteld: Prokofjev wilde een fundamenteel andere structuur in het leven roepen; niet meer de traditionele harmonische figuratie als begeleiding, maar juist materiaal dat contrasteert.
Het allereerste motto –krachtig en vreemd geharmoniseerd- van het eerste deel –Allegro moderato- vormt de basis van het hele werk. Dit korte, venijnige fragment is een dalend patroon van vier noten gespeeld in tertsen waarin zowel een A-groot akkoord als een a-klein akkoord besloten zit. Deze onduidelijkheid van toonsoort penetreert het hele werk en vooral in het eerste, uitermate turbulente deel waarin het aanvangsmotto alle uithoeken van de tonaliteit opzoekt, zorgt het voor een tomeloze, ongebreidelde energie.
In een markant ritme –een soort vertraagde galop- ontvouwt zich het tweede deel, dat dienst doet als Scherzo. In tal van ritmische en harmonische spitsvondigheden uit zich Prokofjevs onmiskenbare ironie die echter niet vrijblijvend is en geregeld doorkruist wordt door gedachten van serieuzere aard.
Lyrisch en melancholisch opent het derde deel, een langzame, tragische wals die veel meer dan de voorgaande delen een verhaal lijkt te willen vertellen. Een verhaal van verlies en vergane tijden en mede daardoor sterk verwant aan Prokofjevs balletten. Maar ook een verhaal dat –samen met het tweede deel- meer gloedvolle kleuren in zich draagt dan het eerste en laatste deel van het werk.
Na deze intense en sublieme lyriek, valt de Finale –Vivace- met de deur in huis. Weer die razendsnelle passages die over elkaar heen lijken te buitelen én een nadrukkelijke terugkeer van de grillige temperatuur die het eerste deel overheerste. Dramatisch, somber en streng ontspint zich dit deel met de onverstoorbare motoriek van een perpetuüm mobile, alleen om even in het midden halt te houden in een Andante-sectie. Hierin horen we weer even het initiële motto van het werk, nu als echo aan voorbije tijden. De spanning loopt naar het einde toe nog aanzienlijk op in een mozaiek van thema’s, schijnbaar spontane invallen en abrupte overgangen. Het daadwerkelijk slot wordt –uiteraard- gevormd door een terugkeer van het motto uit het begin: nu geweldadig, sarcastisch en onherroepelijk.

Advertenties

0 Responses to “Sergei Prokofjev – Sonate nr. 6 (1940)”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




Geerts Twitter

Deze site


%d bloggers liken dit: