In september 2012 vindt in Utrecht weer de jaarlijkse Gaudeamus Muziekweek plaats. Deze internationale pleisterplaats voor jonge componisten en nieuwe muziek verstrekt een prijs aan de componist die het meest aansprekende werk indient. Vorig jaar sprak ik met Michel van der Aa en Rozalie Hirs, de voorzitter van de jury van de Gaudeamus Muziekprijs van 2011, over het belang van deze prijs voor componisten.

Michel van der Aa nam in 1999 vroeg in zijn carrière deel aan de Gaudeamus competitie met een conceptueel stuk ‘Between’ voor vier slagwerkers en electronica. ‘Ik was enorm blij dat mijn stuk mee mocht doen, dat het gespeeld werd in het festival, met zo’n hoog nivo van uitvoerders. Tot dat moment was mijn concertmuziek wel in Nederland te horen, maar werd daarbuiten vooral mijn muziek voor dansvoorstellingen uitgevoerd. Vanaf het winnen van de Gaudeamusprijs is mijn carrière echt gaan lopen.’

Hoe heb je het meedoen en het winnen van de Gaudeamusprijs ervaren?
‘De Gaudeamus Muziek Prijs is een belangrijk podium voor de jongste generatie binnen- en buitenlandse componisten en ik vond het geweldig dat mijn stuk daar gespeeld werd. Ik heb er destijds geen seconde bij stilgestaan dat ik de wedstrijd zou kunnen winnen. Er waren dat jaar zoveel goeie stukken. Ik zat gewoon met een t-shirt in de zaal en was totaal verrast. Het wedstrijdelement heb ik in het geheel niet gevoeld.’ Rozalie Hirs: ‘Dat wedstrijdelement is ook niet het belangrijkste aspect van de prijs. Eigenlijk gaat de Muziekweek om iets anders: om je te laten inspireren, om vakgenoten te ontmoeten en hun werk te horen. Het internationale karakter van deze prijs is heel opmerkelijk, hier ontstaan vriendschappen die je de rest van je leven bij je zult dragen. Als internationale ontmoetingsplek voor componisten is de waarde van de Gaudeamus Muziekweek niet te onderschatten.’

Welke criteria spelen een rol bij de juryselectie?
Rozalie: ‘Ik denk dat alle stukken die we hebben gekozen -unaniem, dat was een voorwaarde – écht goed zijn. Dat waren misschien maar twintig van de vierhonderd ingezonden stukken. Hieruit hebben we toen weer onze favorieten gekozen. Overigens leverden de stukken die maar door 2 van de 3 juryleden goed werden bevonden, de meest interessante gesprekken op. Dán praat je over muziek: over vakmanschap, over wat je zelf belangrijk vindt. In het algemeen is het belangrijk dat de stukken helder genoteerd zijn en iets eigens hebben. Je zoekt iets wat iets zegt over de maker, of over de wereld. Hoe ver kan en durft iemand te gaan in de vertaling van zijn artistieke idee? Als een stuk er echt uitspringt, gaf ons dat een soort geluksgevoel, we werden er heel enthousiast en blij van. Zo’n ontdekking inspireert.’

Het winnen van de competitie betekende veel voor Michel: ‘De prijs was een stevige duw in mijn rug. Heel concreet: via Gaudeamus kwam directeur Armin Köhler van de Donaueschinger Musiktage mij op het spoor. En bij het concert in zijn festival dat daaruit voortvloeide, zat iemand van uitgeverij Boosey & Hawkes in de zaal.’ Rozalie: ‘Er kan altijd zo iemand in de zaal zitten die geraakt wordt door een stuk en daar heel graag iets mee wil, of het nou de winnaar is of niet. Maar ik denk wel dat het voor alle winnaars een heel belangrijke stap in hun carrière is geweest.’

Volgens Michel heeft het winnen van de prijs destijds niet zijn componeren zelf beïnvloed: ‘Nee. Ik had altijd al een hoge ambitie. Niet om een bekend componist te worden, maar wel om mezelf steeds opnieuw uit te vinden. Om verder te komen. Maar dit was een belangrijke pluim op mijn hoed. Sindsdien is mijn componeren geëvolueerd hoewel ik nog steeds begrijp waarom ik ‘Between’ indertijd maakte. Rozalie: ‘Het belangrijkste voor een componist is dat hij of zij dóórgaat. Dat hij of zij zich blijft ontwikkelen ongeacht een prijs.’

Denk je dat je zonder het winnen van de Gaudeamusprijs zou zijn waar je nu bent? Michel: ‘Dat kan ik onmogelijk beantwoorden. Gespeeld worden op de Donaueschinger Musiktage was cruciaal. Misschien had het anders langer geduurd, misschien ook niet. Ik ben nu in de luxe positie dat Boosey & Hawkes voor mij aan de slag gaat, terwijl juist dát -kansen krijgen- in deze tijd heel moeilijk is geworden voor componisten.

Moeten we vrezen voor het einde van autonoom gecomponeerde muziek? Rozalie: ‘Nee. Uniek aan muziek is dat het iets ontastbaars heeft wat je kan raken. En dat geldt zowel voor autonome muziek als voor bijvoorbeeld filmmuziek. Ik geloof overigens erg in de vervaging van genres, muziekstijlen, en in het integreren van verschillende media, waaronder muziek, binnen één werk. Ik denk dat componisten en luisteraars zich steeds vrijer tussen verschillende genres en media gaan bewegen. Michel: ‘Er blijven componisten -inclusief ikzelf- die concertmuziek schrijven. Maar het is wel belangrijk dat componisten -als ze daar tenminste een natuurlijke hang toe hebben- zich verbreden. Componisten werken steeds vaker met beeld, er wordt meer nagedacht over podiumpresentatie. Mensen gaan voorbij de noten. De rol van autonomie in muziek is zeker aan het veranderen, maar ik geloof niet dat de combinatie van muziek en multimedia HET antwoord is.’

Advertenties

0 Responses to “Voorbij de noten – interview met Michel van der Aa en Rozalie Hirs over de Gaudeamus Muziekweek 2011”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




Geerts Twitter

Deze site


%d bloggers liken dit: