Witold Lutoslawski is één van de belangrijkste Poolse componisten van de tweede helft van de vorige eeuw. Hij kreeg les van Witold Maliszewski die op zijn beurt werd onderwezen door Rimsky-Korsakov. Lutoslawski overleefde de oorlogsjaren en de daaropvolgende Stalinistische periode in de politiek van zijn geboorteland door te componeren voor radio, film en theater en schreef en arrangeerde daarnaast kinderliedjes. Zijn serieuze muziek werd ondertussen genegeerd: hét communistische mantra bij uitstek tegen al te vrijzinnige kunstenaars luidde: ‘te formalistisch’ en dat predikaat kreeg ook de muziek van Lutoslawski toebedeeld. Toen de strengste periode van het Stalinisme voorbij was, kreeg Lutoslawski voet aan de grond, eerst in Polen en daarna ook internationaal. Startend als velen in die tijd met seriële muziek, ontwikkelde hij geleidelijk aan een eigen stijl, waarin deze serialiteit werd vervangen door een muziek die wat minder rigide was. Nadat Lutoslawski in 1960 John Cages ‘Concerto for Piano’ hoorde, zette hij zijn eerste schreden op het pad van de aleatoriek oftewel ‘toevalsmuziek’. Vanaf dat moment baseert Lutoslawski zich steeds minder op veelomvattende compositietechnieken en ontwikkelt een eigen stijl, waarin bestaande componeerprocedées voorkomen zonder dat deze al te veel domineren. Lutoslawski schreef een omvangrijk oeuvre, waarin de meer dan 20 grote symfonische werken opvallen; met name zijn ‘Symfonie no. 3’ en zijn laatste werk ‘Symfonie no. 4’ bleken zéér succesvol.
De titel ‘Chain’ gebruikte Lutoslawski voor drie composities die hij in het laatste decennium van zijn leven componeerde. Wat deze stukken delen, is een consequente en herkenbaar doorgevoerde compositietechniek die een sterk gevoel van samenhang teweeg brengt. Verschillende frasen of grotere delen volgen elkaar op waarbij ze soms elkaar deels overlappen. Deze ‘Chain I’ is geschreven voor 14 instrumenten, duurt ongeveer 9 minuten en bevat veel ‘toevals’momenten: passages waarin de musici keuzes maken in wat zij spelen. Het werk is te zien als grofweg opgedeeld in drie fasen. De eerste fase is een introductie: veel beweging in ritme maar harmonisch gezien betrekkelijk statisch in een sobere texturen. Beweging komt er pas echt in de tweede fase, waar lange, zangerige lijnen domineren in een steeds hechtere samenklank waarin alle twaalf tonen van het oktaaf in figureren. De muziek klinkt als een toonzetting van de nacht hier: briljante, donkere en woelige klanken, nachtgeluiden uit een duister park. De spanning neemt toe totdat een plotse klap op de tam-tam deze hechte, intense muziek laat verdampen in de lucht. De derde fase van het stuk is kort en slechts een passende afwikkeling van het voorgaande. De pizzicati strijkers in deze korte epiloog zijn echter een lust voor het oor…

Advertenties

0 Responses to “Witold Lutoslawski – Chain I (1983)”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




Geerts Twitter

Deze site


%d bloggers liken dit: